Aanleiding/probleemstelling
In december 2001 is er voor het laatst in de Tweede Kamer over de pachtwet gesproken. Onderwerp van discussie was op dat moment het rapport van de Commissie Leemhuis over “de liberalisering van de pachtwet”.
Onder paars II is gemeend een commissie in te st ellen en die de opdracht te geven een onderzoek te doen naar het liberaliseren van de pachtwet. Probleem was volgens het paarse kabinet II dat het pachtareaal kleiner werd en dat was niet de bedoeling (kwam wel voornamelijk door de verkoop van pachtgrond door de dienst Domeinen overigens). Uitkomst van de Commissie Leemhuis was het afschaffen van de pachtwet, vrije prijsvorming en daarvoor in de plaats enkele artikelen in het Burgerlijk Wetboek opnemen en verder ook het Burgerlijk Wetboek van kracht laten zijn op de pacht van grond en gebouwen. De rechter toetst en pacht- en grondkamers zijn niet langer nodig.
CDA-visie/hoofdlijnenakkoord
De pacht is en blijft een onmisbaar financieringsinstrument voor de landbouw, dat bijdraagt aan een flexibel grondgebruik.Ook in het kader van natuurbeheer kan en moet de pacht een belangrijke rol vervullen.
In het toekomstig pachtbeleid moet een billijk en rechtvaardig evenwicht gezocht worden tussen de bescherming van de pachter enerzijds en de belangen van de verpachter anderzijds.
In de ogen van het CDA is er niet zonder meer sprake van een gelijkwaardige positie van pachter en verpachter. De vraag naar pachtgrond is nog altijd groter dan het aanbod.
Een beperkte maar zekere bescherming van de belangen van de pachter blijft dus ook in de toekomst noodzakelijk.
Een goed pachtbeleid heeft ook een sociale betekenis in een tijd dat de inkomens in de landbouw zwaar onder druk staan. En het pachtbeleid dient het flexibel grondgebruik te bevorderen.
Een nieuw pachtbeleid moet de rechten en in het verleden gewekte verwachtingen bij zittende pachters respecteren. Zij hebben daar hun bedrijfsvoering en investeringen op afgestemd.
In het hoofdlijnenakkoord zijn geen afspraken gemaakt over de pachtwet. Wel zijn er algemene doelstellingen ten aanzien van reductie administratieve lasten en geen onnodige wet- en regelgeving.
Kernpunten
Het CDA heeft in dit algemeen overleg de volgende punten aangestipt:
· |
Er is gevraagd naar om de pachtsituatie in de ons omringende landen in beeld te brengen om niet Europees uit de pas te lopen. |
· |
Het criterium voor pachtafhankelijkheid –meer dan 25% van het bedrijfsareaal van 1 verpachter met een minimum van 3 ha- is willekeurig en onvoldoende onderbouwd. |
· |
Zorgvuldige aanpassing van het indeplaatsstellingsrecht in plaats van afschaffen ervan zoals kabinet voorstelt. |
· |
Er valt straks teveel pachtareaal onder de bedrijfspacht, losse pacht –ongeacht oppervlakte van het areaal- moet mogelijk blijven. |
· |
Bevorderen natuurpacht. |
· |
Beperkte mate vrije prijsvorming, bij complete liberalisatie pachtprijsstijgingen. Het is billijk om bij het vastst ellen van de pachtprijs te kijken naar het opbrengend vermogen van de grondsoort of het bedrijf. |
· |
Er moet een heldere regeling komen over de verdeling van de produktierechten/quota bij pacht en ontbinding of beeindiging ervan. |
· |
Geen overgangsperiode van 12 jaar. Oude overeenkomsten blijven onder de pachtwet, nieuwe overeenkomsten conform nieuwe regeling. |
· |
Onderzoek naar sociale en economische gevolgen van liberalisering. |
· |
Aanpassing van de fictieve vermogensrendementsheffing van 4%. |
Na dat algemeen overleg zijn er 5 moties ingediend, waarvan 3 door Annie Schreijer:
· |
Pachtregime zodanig aanpassen dat in de toekomst ook eenmalige pachtcontracten voor grotere percelen (groter dan 25% van de bedrijfsoppervlakte) en langere duur (langer dan 12 jaar) en losse pachtcontracten voor grotere percelen (groter dan 25% van de bedrijfsoppervlakte) kunnen worden afgesloten. (motie Schreijer en van der Vlies, verworpen) |
· |
Een verzoek om de mogelijkheden te onderzoeken om bij vaststelling van toekomstige pachtnormen en pachtprijstoetsing een koppeling te maken tussen de pachtprijs en het voortbrengend vermogen van de grond. (motie Schreijer en van der Vlies, verworpen ) |
· |
Een oproep om middels fiscale instrumenten het verpachten van grond aantrekkelijk te maken, 2% rendement maar 4% fictief vermogensrendementsheffing. (motie Schreijer en van der Vlies, verworpen) |
· |
Een onderzoek om voor de bedrijfspacht een evenwichtig prijsbeheersingssysteem te maken (motie Waalkens en Geluk en aangenomen) -> rapport Wageningen |
· |
Een onafhankelijk onderzoek inst ellen naar hoe het kabinetsstandpunt van december 2001 zal uitwerken in de praktijk, bijvoorbeeld ten aanzien van de bedrijfsopvolging, de gevolgen voor het pachtareaal en de pachtprijs. (motie van der Vlies en Schreijer, verworpen) |
Rapport Wageningen:
Het onderzoek naar een evenwichtig prijsbeheersingssysteem voor de bedrijfspacht is met veel vertraging en lichte druk uiteindelijk in het najaar van 2003 openbaar gemaakt. De uitkomsten van dit onderzoek staan nu op 5 februari ter discussie in het algemeen overleg. Tesamen met een brief over de ontwikkelingen op de agrarische grondmarkt.
Op 26 januari ontvangt de Kamer de toegezegde brief met een kabinetsstandpunt over het nieuwe pachtbeleid. Kort samengevat ziet dit standpunt er als volgt uit:
· |
Pachter en verpachter bepalen binnen de kaders van algemeen contractrecht zelf de inhoud van de pachtovereenkomst. |
· |
Waar sprake is van pachtafhankelijkheid is bescherming nodig via systeem van bedrijfspacht |
· |
Vrije prijsonderhandelingen met mogelijkheid tot bemiddeling en gang naar de rechter |
· |
Geen overgangsrecht, alle contracten vallen meteen onder nieuwe regime. |
· |
Er mag in alle gevallen nog 1 maal van het indeplaatsstellingsrecht gebruik worden gemaakt |
· |
Grondkamers ogenblikkelijk opheffen |
Inbreng
Meneer de Voorzitter,
Na ruim 2 jaar zitten wij hier met elkaar om de tafel om de in december 2001 aangenomen motie van Waalkens/Geluk te bespreken. Het CDA wil hier in de eerste plaats haar teleurstelling over uitspreken. Het wellicht door u aan te voeren argument dat er verkiezingen hebben plaats gevonden vindt het CDA onvoldoende om een voor de agrarische sector zo aangelegen punt als de “pacht” ruim 2 jaar lang onbesproken te laten. Dit getuigt niet van adequaat en efficiënt besturen. Zowel het kabinet als de Kamer moeten zich dit aantrekken en naar de toekomst toe alerter opereren.
Op de agenda staan het rapport van de Universiteit van Wageningen over grondgebruik, pachtcontracten en pachtprijszettingsmechanismen en uw brief van 26 januari over het toekomstige pachtbeleid. Het kabinet heeft naar aanleiding van het rapport het volgende standpunt ingenomen: “het kabinet meent dat op basis van dit rapport gesteld kan worden dat het beste gekozen kan worden voor het prijszettingsmechanisme van vrije onderhandelingen. Bij geschillen kan eerst gegaan worden naar een bemiddelaar/taxateur en daarna eventueel naar de rechter die toetst aan pachtprijzen van vergelijkbare onroerende zaken ter plaatse. Belangenorganisaties en landbouwvoorlichters kunnen ervoor zorgen dat beide partijen voldoende informatie voorhanden hebben, dit is niet persé een taak van de overheid.“ Met alle respect, minister Veerman, maar uw brief van 26 januari kan de CDA-fraktie helaas niet serieus nemen. Dit wijkt veel te ver af van het standpunt van het CDA over de pacht. U zult verderop merken waar wij u toe zullen oproepen.
De CDA-fraktie wil in dit algemeen overleg zich toespitsen op 3 punten en nog een paar losse vragen:
· |
algemeen standpunt verwoorden ten aanzien van de pachtwet |
· |
haar standpunt over het rapport van Wageningen |
· |
soorten pachtcontracten |
Algemeen standpunt ten aanzien van de pachtwet
Het economische en politieke klimaat is in de afgelopen 2 jaar aanzienlijk veranderd. In december 2001 werd gesproken over de liberalisering van de pachtwet naar aanleiding van een onderzoek dat door het Tweede Paarse Kabinet is ingesteld. Dit Paarse kabinet was van mening dat de verkleining van het pachtareaal kon worden gestopt door liberalisering, in casu, afschaffing van de pachtwet.
Het CDA heeft toen al kenbaar gemaakt dat zij niet dezelfde mening was toegedaan en heeft in dat overleg diverse keren gevraagd om dit middels onderzoek verder te staven.
Daarnaast is de CDA-fraktie van mening dat de pacht een onmisbaar financieringsinstrument is en blijft voor de landbouw, dat bijdraagt aan een flexibel grondgebruik.Ook in het kader van natuurbeheer kan en moet de pacht een belangrijke rol vervullen.
In het toekomstige pachtbeleid moet een billijk en rechtvaardig evenwicht gezocht worden tussen de bescherming van de pachter enerzijds en de belangen van de verpachter anderzijds.
In de ogen van het CDA is er niet zonder meer sprake van een gelijkwaardige positie van pachter en verpachter. De vraag naar pachtgrond is nog altijd groter dan het aanbod.
Een beperkte maar zekere bescherming van de belangen van de pachter blijft dus ook in de toekomst noodzakelijk.
Een goed pachtbeleid heeft ook een sociale betekenis in een tijd dat de inkomens in de landbouw zwaar onder druk staan. En het pachtbeleid dient het flexibel grondgebruik te bevorderen.
Een nieuw pachtbeleid moet de rechten en in het verleden gewekte verwachtingen bij zittende pachters respecteren. Zij hebben daar hun bedrijfsvoering en investeringen op afgestemd.
Met betrekking tot dit onderwerp zijn er diverse (kabinets)doelstellingen te formuleren:
Pacht:
-vergroten pachtareaal
-flexibel en doelmatig grondgebruik
-financiering
-risicodeling
Algemeen doelstellingen:
-vermindering administratieve lasten
-geen overbodige wet- en regelgeving
-efficiënte wet- en regelgeving
1)Het vergroten pachtareaal zal naar de mening van het CDA niet lukken door de pachtwet af te schaffen en vrije prijsonderhandelingen op te zetten. Dit heeft een prijsopdrijvend effect. Dat brengt mij op het volgende: de rol van de overheid als verpachter. Het moet mij van het hart dat de CDA-fraktie er stevig van baalt dat het beleidskader Domeinen, dat in het vierde kwartaal van vorig jaar aan de Kamer zou worden aangeboden er nog steeds niet is. Uw collega Wijn heeft laten weten dat dit het eerste kwartaal van dit jaar wordt maar wij vragen ons af of hier een bepaalde strategie achter zit. De overheid heeft tenslotte zelf er veel belang bij dat als zij meer gronden wil gaan verkopen dat er meer voor gevangen kan worden. Wellicht kan de minister zijn collega Wijn aansporen tot een spoedige toezending van dit beleidskader en hopelijk lopen de belangen van de overheid niet dwars door de belangen van de pachtwet heen. Ik hoop dat het kabinet een zuiver standpunt inneemt in dit beleidskader.
2)Vermindering administratieve lasten en geen overbodige wet en regelgeving: het lijkt ogenschijnlijk dat bij afschaffing van de pachtwet voor het ministerie van LNV er minder wetten en regels zijn. Voor Justitie wordt het Burgerlijk Wetboek weer een tikje uitgebreider dus daar is sprake van een vermeerdering. Maar lijkt, want hoewel de minister in zijn brief van 26 januari aangeeft geen overgangsperiode te willen hanteren (juist omwille van de administratieve lasten), kan de CDA-fraktie hier nooit mee akkoord gaan. Oude rechten moeten gerespecteerd worden en er zal in de praktijk sprake zijn van een overgangsperiode die toch zeker een jaar of 20 zal duren. Er is dus feitelijk sprake van een enorme toename van administratieve lasten en wet- en regelgeving doordat er meerdere regimes naast elkaar moeten functioneren en de effectieve winst (als die er al is) is hier mogelijks pas over 20 jaar te incasseren!! Hier kan het CDA dus absoluut niet mee leven en mee akkoord gaan.
3)Efficiënte wet- en regelgeving en eenvoudige rechtsgang: De grond- en pachtkamers hebben hun nut en efficiëntie bewezen. Ze zijn laagdrempelig, eenvoudig toegankelijk en werken met lage kosten. De pacht onderbrengen in het Burgerlijk Wetboek betekent bij geschillen (en die zullen er zeker zijn als de minister zijn pachtprijssystematiek doorzet) de gang naar de rechter. Dit is zeker niet laag drempelig, er zitten hogere kosten aan verbonden en de tijdspanne waarin bij geschillen een uitspraak gedaan zal worden zal aanzienlijk toenemen. Wat is hier dus de feitelijke winst? En hoe zullen de banken omgaan met die bedrijven die in een gerechtelijke procedure verwikkeld zijn? Bovendien moeten nieuwe bemiddelaars/taxateurs aangesteld worden om als eerste naar toe te stappen. Waarom overboord gooien wat goed is? Het rapport van Wageningen roept duidelijk op om niets weg te gooien wat goed is en als CDA klinkt ons dit als muziek in de oren.
De CDA-fraktie is dus van mening dat de pachtwet in stand moet blijven. De CDA-fraktie ziet zonder meer dat de belangen van de verpachter in de huidige pachtwet niet altijd goed uit de verf komen (verpachters willen een grotere beschikkingsmacht over hun eigendomsrechten) en wil dan ook de minister dringend verzoeken om in de huidige pachtwet met wijzigingsvoorst ellen te komen zodat enerzijds de pachter beschermd blijft en anderzijds de belangen van de verpachter vergroot worden. De CDA-fraktie denkt daarbij aan
- voorkeursrecht moderniseren door bijvoorbeeld een verplicht bezinningsmoment of als het naar een veilige belegger gaat dan laten passeren en
- indeplaatsstelling moderniseren, meer criteria waaraan voldaan moet worden zodat het niet per definitie altijd van toepassing is
De CDA-fraktie is ook van mening dat een herziene, gemoderniseerde pachtwet met spoed aangepakt dient te worden. Dit hoeft niet pas eind dit jaar aan de Kamer aangeboden te worden. Luistert u maar eens in het veld hoe de meningen hierover liggen. Wij rekenen erop nog voor het zomerreces een gemoderniseerde pachtwet te ontvangen zodat wij de lange periode dat er niets gebeurd is, in enige mate kunnen inhalen.
(eventueel motie indien minister bij zijn standpunt blijft)
Rapport Wageningen
De fraktie van het CDA deelt het standpunt van het kabinet over het prijszettingsmechanisme niet.
In het rapport staat dat vanuit efficiency-overwegingen het prijszettingsmechanisme “vrije onderhandelingen” de voorkeur verdient mits aan efficiënte marktcondities wordt voldaan. Vanuit verdelingeffecten verdient het pachtprijszettingsmechanisme “pachtnormen volgens het pachtnormenbesluit” de voorkeur.
Uiteindelijk worden 3 alternatieven geschetst:
· |
handhaven huidige pachtnormen (bij sterk stijgende grondprijzen en dus ook sterk stijgende pachtnormen zijn pachters ontevreden en omgekeerd de verpachters) |
· |
combinaties van mechanismen, bijvoorbeeld pachtnorm die mede afhankelijk is van opbrengend vermogen (uit enquetes zou blijken dat zowel pachters als verpachters dit niet echt ondersteunen) |
· |
vrije onderhandelingen aangevuld met waarborgen om de markt beter te laten functioneren, er ontstaat een waaier aan mogelijke contracten (verpachter mag geen monopolist zijn en pachter moet geen insluitingseffecten kennen en beiden kunnen helaas nog lang niet gewaarborgd worden) |
Het rapport geeft dus geen eenduidig antwoord op de vraag welk prijszettingsmechanisme het beste is. Het is wel heel duidelijk in haar conclusie die als volgt luidt: “van het huidige pachtsysteem kan gezegd worden dat het een institutie is die al lang bestaat. Maar zoals vaak het geval is met instituties die al langer bestaan, moet men ervoor oppassen steeds minder oog te hebben voor de voordelen ervan –die zijn vanzelfsprekend geworden- terwijl de nadelen en neveneffecten ervan worden uitvergroot.
Het CDA heeft de voorkeur voor het huidige prijszettingsmechanisme van de pachtnormen. Ook hierin kan en moet een bepaalde modernisering aangebracht worden. En daarbij is het billijk om bij het toetsen van de pachtprijs te kijken naar het opbrengend vermogen van de grondsoort of het bedrijf (artikel 3, lid 2-5 van de pachtwet).
Tevens moet bij het vastst ellen van de pachtprijzen gekeken worden naar de hoogte van de pachtprijzen in de ons omringende landen om Europees niet te sterk uit de pas te lopen. Nu al kent Nederland de hoogste pachtprijzen.
(eventueel motie indien minister bij zijn standpunt blijft)
Soorten pacht
Flexibeler grondgebruik komt tot stand wanneer meerdere vormen van pacht mogelijk zijn en niet alleen de losse- en bedrijfspacht. De CDA-fraktie is van mening dat diverse pachtcontracten, zoals de eenmalige pacht en teeltpacht, hun waarde hebben bewezen. Ook wijst het CDA op het belang van de pacht voor de natuur en het landschap. Het introduceren van de bedrijfspacht als nieuwe vorm kan zeker in een bepaalde behoefte voorzien. Het voorziet in feite in de levensloop van de pachter. Is het niet een idee om dit eigenlijk de “levenslooppacht” te noemen? Wil de minister daar eens over nadenken?
(eventueel motie –eerste ondertekenaar PvdA- als minister bij standpunt blijft)
Nog enkele losse vragen:
Waar blijft het onderzoek waar mijn collega Ger Koopmans om heeft gevraagd aangaande het verleasen van melkquota en de pacht? Hoe ligt de eigendomsverhouding van de quota bij beëindiging van de pachtovereenkomst?
Graag ziet de CDA-fraktie bij een herzien beleid (gemoderniseerde pachtwet en gemoderniseerde pachtprijzen) de sociale en economische gevolgen in beeld voor de gewone boerengezinnen die grond pachten.
Graag ziet de CDA-fraktie nog eens helder op papier uitgelegd hoe de ogenschijnlijk scheve verhouding nu zit voor de verpachter die een rendement van 2% van de vrije waarde op de grond mag halen en bij de vermogensrendementsheffing wordt aangeslagen voor een fictief rendement van 4% op de verpachte waarde.
Er zijn tegengestelde geluiden. LTO Nederland pleit ervoor om dit kapitaal in box 1 te belasten. Is dit zinvol?
En moet er nu feitelijk iets gedaan worden aan de vermogensrendementsheffing of niet? Kunt u –wellicht via uw collega Joop Wijn, staatssecretaris van financiën- hier nu voor eens en altijd duidelijkheid in scheppen?



