Recentste nieuwlog
Oude website
Archief
2010
2009
2008
2002
18 juli
5 juli
20 juni
9 mei
23 mei
25 april
12 april
28 maart
14 maart
1 maart
14 februari
31 januari
17 januari
20 december
6 december
22 november
8 november
7 juni
24 mei
10 mei
26 April
12 April
29 Maart
15 Maart
1 Maart
15 Februari
1 Februari
18 Januari
1 Januari
27 april
13 april
16 maart
2 maart
17 februari
3 februari
20 januari
28 december
14 december
1 december
17 November
4 November
20 Oktober
6 oktober
23 September
Personalia
Enschede
Agenda
Augustus
Juli
Mei
April
Maart
Februari
Januari
Mijn portefeuille en aandachtsgebieden
Mijn Persoonlijke ondersteuning
Mijn College van B&W
Artikelen en notities
Speeches en lezingen
Filmpjes
2010
2009
2008
Essay Frank van den Heuvel
Top Vrouwennetwerk Ooost Nederland
Artikel Pieter Omzigt
Toespraak bij installatie tot wethouder
Enschedese Coalitieakkoord 2010-2014.
Beeld & Aambeeld
Bezuinigen in de gemeente
Hart voor Elim
Klimop-banen
Taboe gesubsidieerde arbeid moet verdwijnen
Banken
Bankier van de toekomst
Participatiebudget
Sociale werkvooziening
Tubantia in de wijken
Vrijwilligersvergoeding
Benchmarking gemeenten
Interview 'de Week'
Geldkompas en armoedebestrijding
Deltaplan werkgelegenheid
Gepast geld
Participatievisie
2005
2008
2009
Financieringsondernemingen
Werkbezoek Vogelaar
Twentse troonrede
Werkbezoek Van Bijsterveldt
Symposium ROC Twente
Geldkompasenschede.nl
Contractpensions, Nederland leest
De TOS scoort met werk
Gemeenteraadsverkiezingen
Gemeenteraadsverkiezingen
CDA in Enschede
CDA in de provincie Overijssel
CDA in het land
Links
RSS-feed op mijn site
Sitemap
Fotoverantwoording
Bijzondere foto's
18e eeuw
Atak 2008
Verkiezingsprogramma
Gemeenteraadsverkiezingen 2010
Verkiezingen-kandidatenlijst
Interview in CDA nieuws door Danny de Vries
Interview on-line door Enno de Witt
Bijdrage van CDATV
WijkTV Promotiefilm
 
 
     
 
‘We hebben meer feitelijke gegevens nodig’
 
     
Stuur mij een e-mail.
Abonneer u op mijn RSS-feed.

Myra Koomen vindt benchmarking noodzakelijk

Myra Koomen (CDA) is wethouder werk en inkomen in Enschede. Ze is een warm voorstander van benchmarking door gemeenten in het sociale domein. Gemeenten moeten hun prestaties duidelijk maken, anders gaan ze budget inleveren, dat is haar overtuiging. Een resultaat dat telt is voor haar niet alleen het toeleiden naar een betaalde baan, maar ook activering en maatschappelijke betrokkenheid. Dat levert bovendien een enorme besparing van maatschappelijke kosten op. Een gesprek met een bestuurder die mensen wil raken.

‘Ik wil grenzen opzoeken, en zo nodig daar ook overheen gaan. Deze tijd vraagt daarom. Het gaat erom mensen te raken, om gevoel los te maken bij hen. Om mensen in beweging te krijgen. Dat is veel meer dan een technisch verhaal. Bedrijfsvoering is ook emotie en bovenal cultuur. Mensen worden nu eenmaal sterker gedreven door emoties dan door de ratio.’ Aan het eind van het interview komt Myra Koomen echt op stoom. Bedrijfsvoering gaat om werkprocessen, ICT en applicaties. Voor Koomen gaqat het erom de juiste informatie op haar tafel te krijgen, zodat zij de beweging kan creëren die zij zo nodig vindt. Beweging bij cliënten, maar ook bij haar ambtenaren, bij andere gemeenten en bij hun samenwerkingspartners.

Wat is voor u goede bedrijfsvoering?

‘Ik hou mij als wethouder niet in detail bezig met de bedrijfsvoering en ik bemoei mij niet met de vraag welke applicaties nodig zijn. Dat hoeft ook niet, daar heb ik gespecialiseerde ambtenaren voor. Maar ik vind het wel zeer belangrijk om de juiste informatie te krijgen, zodat ik grip kan houden. Ik heb mij er wel eens over verbaasd dat ik niet met de spreekwoordelijke druk op de knop gegevens kon krijgen over onze bijstandsbestand. Inmiddels zijn die gegevens wel beschikbaar en dat is goed, want feitelijke gegevens zijn de basis voor beleid.’

‘Er is zeker een ontwikkeling ten goede in de beschikbaarheid van informatie. Wij hebben nu een complete en gedetailleerde WWB bestandsanalyse. Daarin kan ik ook zien wie in welk traject zit. Dat is niet alleen belangrijk voor onze eigen bedrijfsvoering, maar er zit ook een politieke kant aan. In Den Haag wordt de discussie over de effectiviteit van reïntegratie en de inzet van gemeentelijk geld daarvoor nadrukkelijk gevoerd.’

´Ik wil dus precies weten wat er gebeurt met mensen in trajecten, en welke resultaten worden geboekt. Voor mij als bestuurder is dat de essentiële functie van bedrijfsvoering. Dat betekent: goed administreren, verwerken en analyseren en rapporteren van informatie en gegevens. In de eerste plaats vanwege de mensen zelf, die uit hun isolement komen. Maar ik heb dat ook nodig om de discussie met het ministerie van SZW en politiek Den Haag aan te kunnen gaan. En natuurlijk ook om in de gemeenteraad te laten zien hoe het belastinggeld wordt besteed. Ik vind dat we heel zorgvuldig met het reïntegratiegeld moeten omgaan. Het is tenslotte belastinggeld dat door werkenden wordt opgebracht om niet-werkenden te ondersteunen.’

Hoe terecht is het dat de Tweede Kamer de effectiviteit van de gemeentelijke reïntegratieinspanningen ter discussie stelt? En hoe komt het dat gemeenten niet al het reïntegratiegeld dat zij krijgen via het W-deel van de WWB uitgeven?

‘Gemeenten hebben in de eerste jaren na invoering van de WWB niet al het geld uit het Werkbudget uitgegeven. Op zichzelf genomen is dat geen bezwaar. Maar daar mag niet de conclusie uitgetrokken worden dat gemeenten teveel geld krijgen of te weinig doen. Integendeel. Gelukkig is er in het verleden door gemeenten geld overgehouden. Er is geen cliënt geholpen met het aanbieden van het ene traject na het andere. In de eerste jaren hebben reïntegratiebedrijven veel geld verdiend, maar de effectiviteit was laag. Veel cliënten kregen een standaard aanpak aangeboden, puur gericht op werk. maar echt maatwerk werd nauwelijks geboden. Meestal ging het om zaken als het maken van een sollicitatiebrief en scholing. Langzamerhand is het inzicht ontstaan dat ook allerlei andere problemen moeten worden aangepakt voordat iemand aan het werk kan, zoals schulden, verslaving, gezondheidsproblemen, enzovoort. Want niet iedereen is fit voor de arbeidsmarkt.’

´Het gaat erom de cliënt in één keer in het juiste traject te krijgen, dat is de kunst. En in zo'n traject alle problemen waarmee hij of zij kampt aan te pakken, volgtijdelijk of in combinatie met elkaar. Ik zie het als een drie-eenheid: zorg, oplossen van persoonlijke problemen, en activering. Dat laatste hoeft niet per sé naar werk te zijn. Als mensen maatschappelijk actief zijn, is dat pure winst. Nu combineren we verschillende elementen in het traject veel vaker en wordt er niet altijd een lineaire benadering gekozen. Dingen hoeven niet noodzakelijk na elkaar, het kan ook tegelijk en in combinatie, zodat de onderdelen elkaar versterken. Zoals reïntegratie en het (beter) leren van de Nederlandse taal.´

Ligt een korting op het reintegratiebudget niet voor de hand als gemeenten niet al het geld uitgeven?

´Nee, zeker niet. Onze aanpak is al veel effectiever geworden, en we hebben het geld hard nodig. In Enschede geven we het ook uit op een goede manier. Dat geldt voor veel meer gemeenten, daarvan ben ik overtuigd. We zien een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden op ons afkomen, en dat zal snel gaan, zeker nu de WW-uitkeringen korter zijn geworden. We hebben eerder meer dan minder geld nodig, maar de realiteit is dat het budget nu al fors afneemt. Wij zien als Enschede het reïntegratiebudget in deze kabinetsperiode dalen van 29 miljoen naar 22 miljoen. Met Prinsjesdag zal daar nog een korting van 6% extra bijkomen. En als ik de discussies in de Tweede Kamer hoor, is het niet onmogelijk dat het reïntegratiebudget voor gemeenten wordt gehalveerd. Het is een grote pot geld, op dit moment ongeveer € 1,7 miljard. Dus het biedt de mogelijkheid om er een substantiële bedrag uit te halen.´

Is het bezuinigingstij nog te keren door gemeenten?

´Het is absoluut nodig dat gemeenten met kracht van argumenten zich verzetten tegen de aantasting van het reïntegratiebudget. Daarom is benchmarking zo belangrijk. Met de benchmark reïntegratie en de WWB benchmark kunnen wij laten zien welke inspanningen worden geleverd en wat de resultaten zijn. Ik ben dan ook meer dan een warm voorstander van deze benchmarks. Het is feitelijk niet te verkopen om daar als gemeente niet aan mee te doen. Dat wekt de suggestie dat er iets te verbergen is, dat kunnen wij ons niet veroorloven. Daarom vind ik dat alle gemeenten aan de benchmark reïntegratie en de WWB benchmark moeten meedoen, allemaal in hetzelfde systeem. Dat is de enige manier om het feitenmateriaal in handen te krijgen dat laat zien dat de gemeentelijke inzet van participatie en de reïntegratiegeld effectief en zinvol is. We hebben een goed verhaal nodig. In de eerste plaats naar onze gemeenteraden maar zeker ook naar politiek Den Haag. Want in Den Haag azen ze op het geld. Ik ben Tweede Kamerlid geweest, ik weet hoe het daar toegaat. En ik weet dat de Tweede Kamer erg gevoelig is voor feitelijke informatie.’

Wel is het belangrijk dat de Tweede Kamer begrijpt dat er méér soorten resultaten zijn dan alleen de betaalde baan voor minimaal een jaar na een traject van zes maanden. Voor veel mensen kost het gewoon meer tijd om actief te worden in de samenleving. Maar het is de tijd waard! Het is van onschatbare waarde als mensen die actief zijn in de maatschappij. Sociale armoede is nog veel erger dan financiële armoede. Maar ook als je kijkt naar de kosteneffectiviteit is het absoluut verantwoord om tijd en geld te besteden aan participatie en reïntegratie. Uit onderzoek blijkt dat inactiviteit gemiddeld € 90.000 tot € 95.000 aan maatschappelijke kosten per persoon per jaar met zich meebrengt. Dat weegt ruimschoots op tegen het inzetten van een reïntegratietraject. Ik ben er dan ook warm voorstander van deze maatschappelijke effecten ook mee te nemen als we praten over effectiviteit van reïntegratie. Het gaat niet alleen om uit de bijstand te geraken. In beweging krijgen, daar gaat het om. En laten we wel zijn, er is een categorie, hoe klein ook, die niets aan het werk gaat komen. Dan is het contraproductief om geld op reïntegratie in te zetten, maar des te beter om maatschappelijke participatie na te streven.’

‘Maar we kunnen als gemeenten zelf ook nog stappen zetten om het geld voor activering en reïntegratie beter in te zetten. Wat mij opvalt is dat een aanzienlijk deel van het reïntegratiebudget van gemeenten anno 2009 nog steeds vastzit in de oude WIW en I/D-banen, ook al worden ze in sommige gemeenten inmiddels anders genoemd. In Enschede gaat 11 miljoen vanuit het Werkdeel van de WWB naar 436 mensen in dit soort gesubsidieerde banen. Dat is dus ongeveer de helft van het totale reïntegratiebudget. De andere helft heb ik om 4500 WWB-ers trajecten te bieden. Ik ben zeer benieuwd welk deel van het reïntegratiegeld er landelijk gezien nog steeds naar oude vormen van gesubsidieerd werk gaat. Het staat voor mij vast dat we daar van af moeten. Die banen hebben een duidelijk lock in effect. In plaats van door te stromen naar regulier werk worden mensen er juist in vastgehouden. Ik wil in Enschede binnen twee jaar dat iedereen uit de oude WIW en I/D regelingen is. Daarvoor zetten we een offensief op waarin iedere werknemer een traject op maat krijgt aangeboden, uitgaande van zijn of haar competenties. Maar om zulke problemen aan te pakken, moet je wel weten wat er omgaat in je gemeente. Dat kan niet zonder de juiste informatiesystemen, zonder een goede administratie en rapportage.’

In het werkplein wordt intensief samengewerkt met het UWV Werkbedrijf. Hoe is het om als gemeente de dienstverlening te integreren met een centraal aangestuurde organisatie als het UWV?

‘Ik zie de werkpleinen als een politieke realiteit. We hebben hier in Enschede een sublieme samenwerking met het UWV Werkbedrijf. Er zijn twee directeuren op het werkplein: een vanuit de gemeente, de ander vanuit het UWV Werkbedrijf. De taakverdeling is zo dat de een verantwoordelijk is voor de interne aansturing en ander meer extern opereert. Er wordt volkomen integraal samengewerkt. Zo doen we gezamenlijke inkoop bij reïntegratiebedrijven. Het werkplein is een middel om doelen te bereiken, maar wel een zeer essentieel middel. Het startpunt is de politiek- bestuurlijke wil om samen te werken. Die is bij mij nadrukkelijk aanwezig en dat heb ik ook aan alle betrokkenen duidelijk gemaakt. De regionale manager van het UWV durft bovendien ruimte te zoeken om de samenwerking met gemeenten uit te bouwen. Natuurlijk is het UWV in centralistisch aangestuurde organisatie maar ik wil niet kijken naar de beperkingen die dat mogelijkerwijs zou kunnen opleveren. Het is veel effectiever om je te focussen op de kansen, net zoals dat bij onze cliënten pretenderen. Dan blijkt er een hoop mogelijk te zijn.’

Peter van Eekert
Hoofdredacteur

Streamers

Het is goed dat gemeenten niet blind hun reïntegratiegeld hebben uitgegeven in de eerste jaren. Veel reintegratiebedrijven hebben toen erg makkelijk erg veel geld verdiend.

Gemeenten die niet meewerken aan benchmarking van hun prestaties rond reïntegratie en activering zijn niet van deze tijd.

Den Haag aast op ons geld.

Ik weet hoe het toegaat in de Tweede Kamer.

 
Terug naar het begin van de pagina