Rondetafelgesprek over knelpunten en kansen van het participatiebudget
door Karin Peusens
Gemeenten, ROC’s en reïntegratiebedrijven: drie belangrijke partijen bij de in- en uitvoering van het participatiebudget. Met ieder een eigen visie en eigen belangen. Wat gebeurt er als je vertegenwoordigers van deze partijen rond één tafel zet? En laat discussiëren over kansen en knelpunten van dat ene gemeentelijke budget voor reïntegratie, inburgering en volwasseneneducatie? Dan is een stevige discussie gegarandeerd.
Maanblad Reïntegratie neemt de proef op de som. Vier prominente personen zijn bijeen gezet om van gedachten te wisselen over het participatiebudget. De gemeenten zijn vertegenwoordigd door Myra Koomen (CDA-wethouder Enschede) en Hans Spigt (PvdA-wethouder Dordrecht). Vanuit de MBO Raad schuift voorzitter Jan van Zijl aan bij het rondetafelgesprek. Kick van der Pol doet als voorzitter van branchevereniging Boaborea het woord namens de reïntegratiebedrijven. Bijna twee uur lang wordt vurig gedebatteerd over het participatiebudget. Een verslag van een constructieve discussie met verrassende uitkomsten.
Om maar met de deur in huis te vallen: zijn jullie blij dat het participatiebudget er is?
Kick van der Pol (KvdP): ‘Vanuit Boaborea sta ik hier heel positief tegenover. Het verbindt problemen die vaak samenhangen: geen werk, onvoldoende opleiding, schulden, de taal niet machtig zijn. Tot voor kort moesten deze mensen voor elke kwestie bij een ander loket aankloppen. Door het participatiebudget is een integrale aanpak van de problematiek mogelijk. Dat garandeert het beste resultaat.’
Myra Koomen (MK): ‘Mee eens. Al stond ik aanvankelijk sceptisch tegenover de toegevoegde waarde ervan. In Enschede combineren we al verschillende budgetten en diverse soorten hulpverlening. Daar heb je in theorie geen nieuwe wet voor nodig. Dat maakt de verantwoording zelfs nodeloos ingewikkeld, zo vreesde ik. Maar inmiddels ben ik ervan overtuigd dat de nieuwe wet wel degelijk iets extra’s bijdraagt: er gaat een symbolische werking van uit.’
Jan van Zijl (JvZ): ‘Het concept is zeker goed. We worden nu niet meer gehinderd door schotten om mensen te helpen. Voor de MBO Raad weegt bovendien zwaar dat we met het budget nu ook 16- en 17-jarigen aan de slag kunnen helpen, bijvoorbeeld met een leer-werktraject. Jongeren die nu op het vmbo en mbo footloose dreigen te raken. Maar een goed concept wil niet zeggen dat iets ook meteen goed werkt. Vergelijk het met de Wet Werk en Bijstand: een van de betere wetten die de afgelopen decennia zijn ontwikkeld. Maar in de praktijk blijkt het heel lastig om er ook echt meer mensen mee aan het werk te krijgen. Voor het participatiefonds dreigt dit gevaar ook. Het bestaat voor tachtig procent uit een w-deel, aangevuld met fondsen voor scholing en inburgering. Het wordt voor gemeenten, als opdrachtgever, een taaie klus om deze drie te combineren.’
Hans Spigt (HS): ‘De grote uitdaging is inderdaad om invulling te geven aan de nieuwe wet. De wens tot meer efficiency en – dus – het samenvoegen van de budgetten stond nauwelijks ter discussie. Maar hoe gaan we dit vormgeven? Daarover bestaan verschillende meningen. Persoonlijk zie ik het participatiebudget als een eerste stap in een heel traject Werk, tenzij…! Op weg naar een volledige koppeling van zorg, gezondheid, werk en participatie.’
Iedereen is het er over eens dat het budget een goede stap is richting meer participatie. Maar hoe definiëren jullie participatie: hoe sterk moet de focus op betaald werk zijn?
KvdP: ‘Van het totale budget van 1,8 miljard euro voor participatie, gaat slechts een klein deel naar betaald werk. Een te klein deel. Ons uitgangspunt is “economische participatie, tenzij”. Het ambitieniveau van de reïntegratiebedrijven is dus hoog. Ook het UWV richt zich op economische participatie. Bij de gemeenten daarentegen mis ik deze ambitie soms – uitzonderingen uiteraard daar gelaten. De participatieladder laat positief zien dat achterstanden worden weggewerkt, maar het kan ook verhullen dat er te weinig ambitie is om mensen aan werk te helpen. Het zegt mij weinig als iemand van trede elf naar trede dertien is gegaan. Wanneer inburgeraars met succes een paar treden zijn gestegen moeten we ze niet loslaten. Omdat ook voor hen werk erg belangrijk kan zijn.’
MK: ‘Ik herken me niet in deze kritiek. In Enschede is niet meedoen geen optie. Iedereen kan iets terugdoen voor de maatschappij, ongeacht zijn of haar beperkingen. Ons streven is – uiteraard – een betaalde baan. Maar we zijn wel zo realistisch om te beseffen dat dat niet voor iedereen is weggelegd. Een nadere uitwerking van het begrip participatie kan dan helpen. Vrijwilligerswerk is misschien niet dé oplossing voor economische armoede, maar wel voor sociale armoede. Meedoen in de samenleving geeft mensen een bestaansreden. Het is ook ambitieus om dát na te streven.’
HS: ‘In deze discussie zie je verschil tussen de focus op welzijn en de focus op sociale en economische zekerheid. Een voorbeeld: allochtone vrouwen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Neem je er genoegen mee dat zij in het buurthuis een taalcursus volgen en op fietsles gaan? Of ben je pas tevreden als zij een reguliere baan hebben? Het is de uitdaging om deze meningen in elkaar te schuiven en te komen tot een gedeelde visie op participatie.’
De verschillen in ambitieniveau kunnen zo te horen tot problemen leiden. Hoe zit dat met de resultaatafspraken van het beleid rond het participatiebudget? Vooral bij de afspraken tussen overheid en markt?
JvZ: ‘Er zijn in het verleden veel fouten gemaakt bij grote aanbestedingen, zowel door de markt als door de overheid. Zeker bij het introduceren van marktwerking bij reïntegratie. Dat moeten we nu voorkomen. Hoe? Door het aanbiedingscircus sterk te vereenvoudigen en wat vaker ook van aanbesteding af te zien. En door vervolgens minder vrijblijvendheid te creëren bij de resultaatafspraken tussen dienstverleners en gemeenten. Die is nu te groot.’
KvdP: ‘Dat is op te lossen door hogere kwaliteitseisen te stellen aan de opdrachtnemer en meer transparantie te vragen. Het Blik op Werk Keurmerk van Boaborea garandeert dat een gemeente in zee gaat met een betrouwbare partij. Dat keurmerk zou je in elke aanbesteding verplicht moeten stellen.’
JvZ: ‘Mee eens. Gemeenten moeten meer verantwoording afleggen over besteding van overheidsgeld. Het is nu nog teveel: doet u mij maar een zak geld, maar geen regels of verantwoordingseisen.’
MK: ‘De andere kant van het verhaal is dat een deel van de reïntegratiebedrijven zelf niet met resultaatgaranties wil werken. De wens voor meer transparantie en duidelijke afspraken komt dus ook vanuit de gemeenten. Maar of een verplicht keurmerk de oplossing is? Wij werken met een paar kleinschalige bureaus zonder keurmerk, die prima werk leveren. Het maakt me dan niet uit of ze dat met tarotkaarten of reïncarnatietherapie doen: als de cliënt maar geprikkeld wordt om in actie te komen.’
HS: ‘Als wethouder zie ik ook weinig in een knellend keurmerk. Investeren in betere diagnosestelling helpt gemeenten volgens mij veel verder. Het is de publieke taak van een gemeente om de eigen cliënten en hun belemmeringen te kennen. De uitvoering kan dan naar andere – private – partijen.’
KvdP: ‘De gemeente kan het opdrachtgeverschap ook beter vervullen bij een duidelijkere scheiding tussen diagnose en uitvoering. Het is niet goed dat degene die de diagnose stelt ook zelf kan beslissen om de reïntegratie uit te besteden of zelf te doen. Het zelf doen is lang niet altijd in het belang van de klant.’
Meer transparantie, betere dienstverlening, duidelijkere afspraken. Dit zijn nu al verbeterpunten voor het participatiefonds. Stel dat aan deze voorwaarden is voldaan: hoe wordt participatie in de ideale situatie vormgegeven?
MK: ‘We gaan nog meer ontschotten! Wsw’ers, Wajongers, Wwb’ers: ze hebben vaak dezelfde problemen. Leg dus zoveel mogelijk koppelingen bij de aanpak daarvan.’
JvZ: ‘Iedereen is tegen schotten, maar vergeet dat ze met een reden zijn ontstaan. Ontschotting is niet per definitie de oplossing. Ik wil meer inzetten op doelgericht overleg tussen alle partners die met participatie te maken hebben. Publiek-private samenwerking op een heel praktisch niveau, samen oefenen, zonder te veel inmenging van bovenaf. Een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid dus.’
HS: ‘In de ideale wereld leggen we niet alleen meer eigen verantwoordelijkheid bij overheid en markt, maar ook bij het individu. Meer IRO’s dus. De gemeenten zijn daar nu nog huiverig voor.’
MK: ‘Het is voor een gemeente inderdaad moeilijk om de regie los te laten. Maar ik ben ervan overtuigd dat de burger ons niet teleurstelt als wij ons vertrouwen in hem tonen.’
KvdP: ‘We maken burgers verantwoordelijk voor hun eigen participatie. We zeggen welke ondersteuning ze nodig hebben en welk budget ze daarvoor hebben. Vervolgens kunnen ze op internet kiezen uit een aantal dienstverleners in hun regio. Met keurmerk en hun eigen specialisatie.’
JvdZ: ‘Maatwerk dus. Dat bieden we alle cliënten in de ideale situatie.’
HS: ‘En in die wereld verzanden we niet in regels. We maken niets moeilijker dan nodig is.’
Deelnemers
Jan van Zijl (JvZ) – voorzitter MBO Raad
Myra Koomen (MK) – wethouder Werk en Inkomen Enschede, coördinator Grote Steden Beleid G27
Kick van der Pol (KvdP) – voorzitter Boaborea, branchevereniging voor werk, loopbaan en vitaliteit
Hans Spigt (HS) – wethouder Werk en Inkomen Dordrecht, voorzitter VNG-commissie Werk en Inkomen
Gesprekleider is Rutger Zwart, redactielid van Maandblad Reïntegratie.