|
Toekomst sociale werkvoorziening
|
||
|
Jonggehandicapten kunnen niet volwaardig meedoen aan het normale arbeidsproces. Ze verdwalen in het web van verschillende loketten en instanties. Dat moet anders. Gemeenten moeten de verantwoordelijkheid krijgen om deze groep aan een gewone baan te helpen. In Nederland staan ongeveer 250.000 mensen aan de kant, die wel in staat zijn om betaalde arbeid te verrichten. De komende jaren loopt dit op tot 350.000. Het gaat hierbij om ex-verslaafden, vluchtelingen, daklozen en jonggehandicapten. Om deze groep aan het werk te krijgen, bestaan er tal van regelingen, die voor iedere groep verschillend zijn en door diverse instellingen worden uitgevoerd. Voor de autistische jongere is er via het UWV, de Wajong, voor de ex verslaafde is er de WWB van de gemeente en de psychiatrische patiënt mag zijn toevlucht nemen tot de sociale werkvoorziening of dagbesteding (AWBZ). Naast hun handicap of andere achterstand, kampt deze groep dus met een ondoorzichtig woud van hulpverleners, regels en instellingen. Het wordt voor hen steeds moeilijker om in het reguliere werkveld terecht te komen. Bovendien leiden alle verschillende loketten tot onnodige bureaucratische rompslomp. Behalve veel mankracht van instanties en frustraties van jonggehandicapten, kost dit de samenleving jaarlijks miljoenen. Nu de vergrijzing en de massale uitstroom van arbeidskrachten voor de deur staat, is iedere arbeidskracht nodig, achterstand of niet. Er moet dus snel iets gebeuren om deze groep aan een reguliere baan te helpen. Op 8 april debatteert de Tweede Kamer over het rapport van oud minister De Vries. Dit rapport is de aanzet voor een fundamentele herbezinning op de Sociale Werkvoorziening (SW). Centraal in het rapport staat hoe we meer mensen in het reguliere arbeidsproces krijgen. Nederland telt teveel mensen in de SW, 1,3 procent van de beroepsbevolking ten opzichte van 0,6 procent in andere landen. Het rapport vormt de aanleiding tot een maatschappelijke discussie over Sociale Werkvoorziening. Wij als wethouders van vier grote steden in Nederland doen graag een eerste voorzet in deze discussie. Wij pleiten ervoor dat de verantwoordelijkheden, om jongeren in het arbeidsproces te laten stromen, zoveel mogelijk bij de gemeenten liggen. Immers, de gemeenten kennen de lokale en regionale arbeidsmarkt als geen ander. Beter dan de Rijksoverheid en de individuele instanties zijn gemeenten in staat om jongeren de weg te wijzen en alle belanghebbende partijen bij elkaar te brengen. Niet vanuit medelijden gedreven, maar juist om deze jongeren een bijdrage te laten leveren aan de samenleving en zo de structurele arbeidstekorten op te vullen. Wij pleiten voor de volgende maatregelen: De Wajong moet overgeheveld worden naar de gemeenten in plaats van naar het UWV. Sommige gemeenten kiezen er al voor om bij te dragen aan de participatie van Wajongers. Deze ervaring is goed bevallen door veel gemeenten, ook omdat zij verschillende partijen bij elkaar kunnen brengen om jongeren goed te begeleiden naar werk. Sociale werkvoorzieningplekken moeten doorgroeien tot mensontwikkelbedrijven. De sociale werkvoorziening is van oudsher een beschutte werkplek, die uitgaat van de beperking van mensen. en is niet gericht op hun ontwikkeling en groei. Een mensontwikkelbedrijf heeft een positieve uitstraling en ontwikkelt SW-ers voor de arbeidsmarkt. Je gaat uit van de capaciteiten van mensen en kijkt vooral naar wat ze wel kunnen. Gebruik als mensontwikkelbedrijf de CAO van je eigen sector. Als een SW-er bijvoorbeeld in de groenvoorziening werkt, dan moet hij zich ontwikkelen tot werknemer in de groenvoorziening om zo uiteindelijk terecht te komen bij een commercieel groenbedrijf. Met de CAO van de groenvoorziening. De weg naar een reguliere CAO is hierdoor korter en makkelijker af te leggen. Voor een bedrijf is er dan geen arbeidsrechtelijke of financiële belemmering meer om de jongere in dienst te nemen. Jongeren stromen zo sneller door naar een reguliere baan. Schaf loondispensatie af. Loondispensatie houdt in dat je geen loon krijgt van het bedrijf waar je werkt. Dit systeem motiveert en emancipeert de werknemer niet. Het leidt bovendien tot twee bureaucratische geldstromen. Beter is om een loonkostensubsidie in te voeren. Deze subsidie stelt de werkgever in staat om een normaal salaris uit te betalen. Medewerkers met een achterstand worden op deze manier als gelijkwaardige collega’s behandeld. Koppel loon aan competenties. Dit stimuleert de werknemer om te werken aan de competenties en bevordert het gevoel van gelijkwaardigheid. Stimuleer werkgevers door met sociale aanbestedingstrajecten te werken. Maastricht, Utrecht, Tilburg en Dordrecht werken hier al mee. Dit houdt in dat er in de aanbestedingsopdracht wordt bepaald dat een aantal mensen uit achterstandsgroepen moeten meewerken aan een project. Met deze maatregelen zijn gemeenten beter in staat om jonggehandicapten op weg te helpen. Maar dan moeten zij hiervoor wel de verantwoordelijkheid krijgen. Jan Jaap de Haan, wethouder in Leiden, CDA Martine Visser, wethouder in Almere, CDA Martijn Vroom, wethouder in Noordwijk, CDA Myra Koomen, wethouder in Enschede, CDA |
||