Vrijwilligersvergoedingen & participatie/bijstand
Wanneer bent u vrijwilliger?
Wel vrijwilliger
U bent vrijwilliger als u aan de volgende 4 voorwaarden voldoet:
· |
U verricht werkzaamheden voor een organisatie zonder winstoogmerk of voor een sportvereniging of sportstichting. Deze organisatie is geen bv of nv. |
· |
U bent niet in dienst bij de organisatie. |
· |
U doet de werkzaamheden niet voor uw beroep. |
· |
De vergoeding die u voor het werk krijgt, is een vrijwilligersvergoeding (toelichting zie verder op). Dat wil zeggen dat de vergoeding niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk. |
Let op!
U kunt onder deze voorwaarden ook vrijwilliger zijn als u optreedt met een amateurgezelschap, zoals een fanfare, zangkoor of toneelvereniging. Het amateurgezelschap moet dan wel een zogenoemde inhoudingsplichtigenverklaring hebben. Uw gezelschap kan u hierover meer vertellen.
Geen vrijwilliger
In de volgende gevallen bent u geen vrijwilliger:
· |
U doet de werkzaamheden voor uw beroep. |
· |
U bent in dienst bent bij een organisatie. |
· |
U werkt voor een (sport)organisatie in de vorm van een bv of nv. |
· |
De vergoeding die u voor het werk krijgt, is geen vrihjwilligersvergoeding. Dat wil zeggen dat de vergoeding in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk. |
In de volgende gevallen krijgt u een vrijwilligersvergoeding:
· |
U krijgt alleen vergoedingen voor werkelijk gemaakte kosten (toelichting zie onder), met een maximum van € 150 per maand en € 1.500 per jaar. |
· |
U bent 23 jaar of ouder en u krijgt een vergoeding van maximaal € 4,50 per uur, met een maximum van € 150 per maand en € 1.500 per jaar. Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoeding voor uw werkzaamheden en de eventuele vergoeding voor de werkelijk gemaakte kosten. |
· |
U bent jonger dan 23 jaar en u krijgt een vergoeding van maximaal € 2,50 per uur, met een maximum van € 150 per maand en € 1.500 per jaar. Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoeding voor uw werkzaamheden en de eventuele vergoeding voor de werkelijk gemaakte kosten. |
Als u alleen deze vrijwilligersvergoedingen krijgt, dan zijn deze onbelast. De organisatie waarvoor u vrijwilligerswerk doet, hoeft deze vergoedingen niet bij de belastingdienst door te geven. Ook hoeft de organisatie hiervoor geen urenadministratie bij te houden. Dus ook niet als u andere vergoedingen dan uurvergoedingen krijgt.
Zie ook: voorbeelden in de bijlage
Als u een bijstandsuitkering ontvangt en vrijwilligerswerk doet
Krijgt u een bijstandsuitkering en daarnaast een vergoeding voor vrijwilligerswerk?
Dan verandert de hoogte van uw uitkering niet als de vergoeding voor het vrijwilligerswerk maximaal € 95 per maand is en maximaal € 764 per jaar.
Als het gaat om vrijwilligerswerk dat de gemeente noodzakelijk vindt voor uw reintegratie, dan verandert de hoogte van uw uitkering niet als de vrijwilligersvergoeding niet hoger is dan € 150 per maand en € 1.500 per jaar.
Geen vrijwilligersvergoedingen
Het kan zijn dat u als vrijwilliger meer ontvangt dan een vergoeding van € 4,50 per uur (of € 2,50 per uur als u jonger bent dan 23 jaar), € 150 per maand of € 1.500 per jaar. In dat geval gaan wij ervan uit dat er sprake is van een vergoeding die in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van uw werk. Deze vergoeding is belast voor de loon- en inkomstenbelasting.
Bijlage:
Toelichting : Vergoeding voor werkelijk gemaakte kosten
Vergoedingen voor de kosten die u hebt gemaakt, zijn bijvoorbeeld vergoedingen voor de gemaakte reiskosten. Of voor de kosten van papier, postzegels en dergelijke. Als u bijvoorbeeld voor het vrijwilligerswerk reist met uw eigen auto, dan mag de organisatie u een kilometervergoeding geven. Deze vergoeding mag kostendekkend zijn. Voor uw auto is dat de gemiddelde kilometerprijs waarvoor u rijdt. De kilometervergoeding mag dus meer bedragen dan de grens van € 0,19 per kilometer die voor werknemers in loondienst geldt.
Voorbeelden
Voorbeeld 1: vrijwilligersvergoeding
U verricht 15 uur per week kantinewerkzaamheden bij een sportvereniging en u ontvangt daarvoor € 30 per week. In deze situatie bent u vrijwilliger, omdat de vergoeding niet in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk dat u doet (€ 2 per uur).
Voorbeeld 2: vrijwilligersvergoeding
U bent 25 jaar en werkt als vrijwilliger 10 maanden 50 uur per maand voor een voetbalvereniging. U krijgt een vergoeding van € 1.500. Dit bedrag wordt in 1 keer aan u overgemaakt. Deze vergoeding staat niet in verhouding tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk dat u doet (€ 3 per uur). Ook het maandmaximum van € 150 en het jaarmaximum van € 1.500 worden niet overschreden. De vereniging hoeft over uw vergoeding dus geen loonheffingen in te houden en af te dragen. Ook hoeft ze hiervoor geen urenadministratie bij te houden.
Voorbeeld 3: geen vrijwilligersvergoeding
U werkt 2 uur per week als schoonmaker bij een sportvereniging en u ontvangt daarvoor € 18 per week. In deze situatie bent u geen vrijwilliger, omdat de vergoeding in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk dat u doet (€ 9 per uur).
Voorbeeld 4: geen vrijwilligersvergoeding
U werkt 2 maanden 100 uur per maand en 3 maanden 50 uur per maand voor een voetbalvereniging (in totaal dus 350 uur in 5 maanden). U krijgt een vergoeding van € 2 per uur, in totaal € 700. Deze vergoeding staat niet in verhouding tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk dat u doet (€ 2 per uur) en het jaarmaximum van € 1.500 wordt niet overschreden. Toch is de vrijwilligersregeling niet van toepassing, omdat het maandmaximum van € 150 wordt overschreden. De vergoeding in de 2 maanden waarin u 100 uur werkt, is immers € 200. De voetbalvereniging moet over deze vergoeding dus loonheffingen inhouden en afdragen. Ook moet ze hiervoor een urenadministratie bijhouden.
Voorbeeld 5: geen vrijwilligersvergoeding
U werkt als vrijwilliger 9 maanden 20 uur per maand voor een tennisvereniging en krijgt hiervoor een vergoeding van € 7 per uur. Hoewel de vergoeding het maandmaximum van € 150 en het jaarmaximum van € 1.500 niet overschrijdt, moet de vereniging toch loonheffingen inhouden en afdragen en een urenadministratie bijhouden. De vergoeding van € 7 per uur is namelijk een beloning die wel in verhouding staat tot de omvang en het tijdsbeslag van het werk dat u doet.
Mantelzorg & bijstand
Per verzamelbrief van juni 2009 zijn de gemeente geinformeerd over het aangenomen wetsvoorstel houdende de wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de Wet werk en bijstand (WWB) in verband met het verstrekken van een uitkering aan mantelzorgers (Kamerstukken II 2007/09, 313 17). Een uitkering aan mantelzorgers op grond van de WMO wordt niet in aanmerking genomen bij de bijstandsverlening.
Doel van het wetsvoorstel
Doel van de regeling is om financiële waardering uit te spreken voor de mantelzorger. Daartoe is met het eerdergenoemde wetsvoorstel in de WMO artikel 19a toegevoegd op basis waarvan de Minister van VWS aan mantelzorgers een uitkering kan verstrekken.
Een mantelzorger komt in aanmerking voor de tegemoetkoming als hij/zij iemand verzorgt die beschikt over een indicatie voor extramurale AWBZ-zorg met een geldigheidsduur van ten minste zes maanden. Per zorgvrager kan hoogstens één keer per jaar en voor één mantelzorger een uitkering van ten hoogste 250 euro worden verstrekt. Elke mantelzorger kan hoogstens éénmaal per jaar een uitkering krijgen. De uitvoering van de regeling is gedelegeerd aan de SVB. Voor de regeling is bij VWS in totaal 65 miljoen euro per jaar beschikbaar.
Relatie met de Wet werk en bijstand (WWB)
Met het wetsvoorstel is artikel 31, tweede lid WWB gewijzigd zodat de uitkering aan mantelzorgers niet tot de middelen wordt gerekend. De uitkering aan mantelzorgers heeft derhalve geen invloed op het recht en de hoogte van de bijstandsuitkering.
Verrekening van de uitkering aan mantelzorgers zou tot het ongewenste gevolg leiden dat de waardering niet tot uitdrukking komt. De uitkering aan mantelzorgers is bovendien onbelast, zodat deze niet doorwerkt naar andere inkomensafhankelijke regelingen.
Het wetsvoorstel treedt met terugwerkende kracht tot 1 april 2007 in werking. Dit betekent dat vanaf die datum de uitkering aan mantelzorgers niet tot de middelen moet worden gerekend.