|
Financiële opgave van 35 miljard
|
||
|
Het –inmiddels gevallen- kabinet is van plan om in 2011 een start te maken met bezuinigingen in de BV Nederland. De financiële crisis heeft ons belastingbetalers tientallen miljarden gekost om de banken te redden. Een economische recessie, die nog steeds gaande is, zorgt voor minder premie- en belastinginkomsten en meer uitgaven in onder andere de uitkeringen. Om te kunnen blijven voldoen aan Europese afspraken omtrent het begrotingstekort, kunnen bezuinigingen dus niet uitblijven. Daarom lanceer ik hierbij een voorstel voor grote structurele besparingen, die tevens grote kwalitatieve verbeteringen oplevert. Volgend jaar staat ons een aangekondigde financiële opgave van 35 miljard euro te wachten. Dit heeft uiteraard enorme gevolgen voor de gemeenten. Hoe gaan wij juist als CDA om met een dergelijke, zware opgave? Wat zijn voor ons de uitgangspunten en criteria om te bepalen waarop bezuinigd kan en moet worden en waarop juist niet? En hoe kunnen we wellicht gezamenlijk als Rijk, Provincie en Gemeenten en met onze partners in de stad, regio en het land de handen ineen slaan om deze zware klus te klaren? Het makkelijkste is altijd om vanuit je eigen positie en praktijk te praten en de voorbeelden te geven. Voor mij is dat dus Enschede, waar ik wethouder Werk en Inkomen, arbeidsmarktbeleid en grote stedenbeleid (GSB) ben. Een bezuiniging van 35 miljard euro is vrij makkelijk vertaald naar de gemeente Enschede. Wij kunnen altijd ongeveer 1% van het totale bedrag ontvangen of inleveren. In dit geval zullen wij zo’n 35 miljoen euro moeten bezuinigen. Op een totale begroting van om en nabij de 660 miljoen euro waarin slechts zo’n 60 miljoen euro beïnvloedbaar is, wordt dat een hels karwei. Al helemaal in de wetenschap dat we vanaf dit jaar al 14 miljoen structureel bezuinigd hebben….. Onze uitgangspunten zijn solidariteit, publieke gerechtigheid, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Solidair zijn met elkaar, tussen generaties, tussen gezond en ziek, tussen allochtoon en autochtoon en tussen arm en rijk, is de basis van onze samenleving. Publieke gerechtigheid staat vervolgens voor een betrouwbare overheid die duidelijke grenzen stelt en de burger zekerheid geeft. Of je nu ziek of gezond bent, met of zonder werk zit, de overheid moet er zorg voor dragen dat iedereen genoeg geld heeft om rond te komen. En omdat iedereen genoeg geld heeft, kan iedereen ook meewerken aan een goede samenleving. Meewerken aan een goede samenleving gebeurt vanuit het principe van gespreide verantwoordelijkheid. Beslissingen moeten we nemen op de plekken die daar het meest geschikt voor zijn. En taken moeten uitgevoerd worden door de organisaties of mensen, die daar het meest geschikt voor zijn. Bijvoorbeeld in het gezin, in vakbonden of werkgeversorganisaties, in het bedrijfsleven of bij de gemeente. Zo voorkom je een betuttelende overheid, die we geen van allen meer willen. Als een goed rentmeester moeten we zorgen voor Moeder Aarde en al wat erop leeft. Dat betekent ook dat er voor iedereen een bestaansminimum moet zijn, maar dat kan alleen als de overheidsfinanciën op orde zijn. Zo is de cirkel rond. Ons ideologische verhaal klopt. En daarmee lijkt het niet moeilijk om vanuit deze principes redenerend de bezuinigingsopgave vorm te geven. In de praktijk is echter iedere gemeente anders en daarom is er geen pasklaar antwoord te geven. Bezuinigen we op het beheer van de openbare ruimte? Of de bouw van een nieuwe school voorlopig maar uitstellen? Doen we even niets aan het onderhoud van de wegen en fietspaden of annuleren we het project van een nieuw theater volledig? Minder geld naar welzijn, het jongerenwerk of de peuterspeelzalen misschien? En wanneer kom je nog in aanmerking voor een rollator of huishoudelijke ondersteuning? Minder dieren op de kinderboerderijen en meer vrijwilligers? Of een korting op de exploitatie van zwembaden, musea en culturele instellingen? Dit zijn keuzes waar we straks als CDA-politici op lokaal niveau voor staan om de begroting sluitend te krijgen. We hanteren de zogenaamde kaasschaaf methode ofwel maken rigoureuze keuzes door bepaalde voorzieningen of grote projecten uit te stellen of helemaal af te schaffen. Ik heb een andere insteek. Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om, vanuit mijn portefeuille Werk en Inkomen, aan te geven hoe we op grotere schaal veel geld kunnen ‘verdienen’ waar alle gemeenten tegelijk van kunnen profiteren. Hiermee kunnen we miljarden besparen en hoeven we minder ambtenaren te ontslaan. Neem de re-integratie van uitkeringsgerechtigden en schuldhulpverlening aan minima. Daar gaat veel geld in om. In Enschede alleen al 28 miljoen euro in het W‑deel en daarnaast zeker honderd ambtenaren die ermee bezig zijn. Ook de schuldhulpverlening kost de belastingbetaler veel geld, 3 miljoen euro in Enschede per jaar en tientallen ambtenaren. Bij het Werkplein en de Stadsbank groeit het aantal klanten snel, maar heb ik steeds minder geld en ook minder ambtenaren beschikbaar om hen te helpen bij de meest basale behoeftes van mensen: werk en inkomen! Kortom, dit loopt dus spaak! Daarom moeten we nu anders gaan denken en doen, en het kan ook echt anders. Waarom moet bijvoorbeeld iedere klant meteen persoonlijk geholpen worden met urenlange intake gesprekken? Vervolgens worden die gesprekken allemaal geregistreerd in allemaal verschillende systemen. Dit kost vele uren productieve tijd, en dus handenvol geld, zonder dat enig resultaat op dat moment verkregen is; geen werk, geen uitkering en geen oplossing van financiële problemen. Slechts de interne processen zijn doorlopen. Daarnaast komen er dagelijks duizenden telefoontjes bij de klantcontactcentra van Werkplein en Kredietbank. Dit kan veel eenvoudiger, sneller, 7x24 uur en dus beter en goedkoper door eenvoudigweg “digitalisering en standaardisering”. Maar dit moet wel structureel en volgens een goed concept gebeuren en dat kan alleen door landelijk een systeem model te ontwerpen waar UWV, kredietbanken en Gemeenten gezamenlijk mee gaan werken. Dit, op basis van de vraag van de klant en met een aanbod dat op online- selfservice is gericht. Verder is er focus op doelgroepen en communities, waarbij zowel de medewerker als de klant zo getraind zijn dat zij hiermee op effectieve wijze kunnen omgaan. Een ieder die het “ digitale Bank model” kent, zoals dat bijvoorbeeld bij de Rabobank is ingevoerd, weet waar ik het over heb. De tijd is -financieel- rijp dat wij als overheid gezamenlijk met het UWV en alle aangesloten partners van de Nederlandse Vereniging van Volkskrediet, op het terrein van Werk en Inkomen een investering moeten gaan doen in het ontwerp en de zorgvuldige implementatie van een dergelijk systeem. Het “Rabobankmodel”, heeft zijn waarde bewezen. Nog steeds loopt deze bank voorop in Client Relatie Management en financiële online transactie systemen. Ik weet zeker dat de overheid, met een dergelijke model en aanpak, landelijk miljarden zal kunnen besparen op de re-integratiegelden, kosten van Werkpleinen, huidige ict-systemen en armoedebudgetten die worden ingezet voor schuldhulpverlening. Bovendien kan hierdoor tevens een veel grotere effectiviteit en service kwaliteit worden bereikt in de begeleiding van mensen die de regie weer terug moeten gaan krijgen over hun eigen arbeidzame carrière en hun financiële huishoudboekje. Het zou mij niets verbazen dat we een dergelijk systeem ook bijvoorbeeld bij de belastingdienst en overige dienstverlenende organisaties van de overheid zouden kunnen toepassen. Het vraagt echter ambtelijke en bestuurlijke moed om ‘zero-based’ te denken, om oude systemen en patronen los te kunnen laten, om nieuwe en uitstekende dienstverlening te organiseren, en echt samen te gaan werken als publieke organisaties, en op deze wijze een enorme slag te kunnen gaan maken op financieel gebied. Overigens zal deze vorm van 24-uurs online dienstverlening nooit helemaal in de plaats komen van persoonlijke dienstverlening. Die moet gedeeltelijk blijven, maar echter alleen beschikbaar zijn op die momenten, en daar, waar de persoonlijke situatie dit vereist. Om die inschattingen goed te kunnen maken en deze systemen intern en extern optimaal te kunnen gebruiken moet een dergelijk systeem/model ook met behulp van de gedragswetenschap worden ontwikkeld en uitgevoerd. Ik hoop dat we deze stap met elkaar durven te zetten en dat we dit landelijk kunnen gaan organiseren en uitrollen. Het levert naar mijn stellige overtuiging structureel snel veel geld op met veel betere kwalitatieve resultaten…..want laten we eerlijk zijn; niemand is toch momenteel echt tevreden met de output van de Werkpleinen en de kredietbanken? Meer weten? Zoek contact…. Myra Koomen Wethouder Werk en Inkomen Enschede (ex-medewerker Rabobank). |
||