Inleiding
Waarde vrienden,
Ik vind het super om hier vandaag in jullie midden te zijn en te mogen spreken over allemaal onderwerpen die u en mij raken. Ik voel mij hier te midden van vrienden, want u weet vast wel wat voor een groot hart ik heb voor de financiële wereld. Ik heb zelf al een paar jaar mogen werken in het bankwezen voordat ik in de Tweede Kamer terecht kwam. En ik vind het een hele boeiende en dynamische omgeving waar ik ook graag terug naar toe ga zodra mijn tijd er in Den Haag op zit. Maar zover is het nog niet want ik heb nog een paar klussen voor u te doen onder die Haagse stolp.
Ik zei al, ik voel mij dus in deze omgeving te midden van vrienden. En juist vrienden zeggen elkaar de waarheid. De waarheid is soms hard maar moet gezegd worden naar mijn mening. Alleen dan kun je elkaar in de ogen blijven aankijken en werken aan oplossingen. En ook die oplossingen wil ik hier vanmiddag aanreiken. Maar misschien kunt u mij daar nog verder bij helpen.
Om te beginnen wil ik wel kwijt dat onze financiële markt in Nederland met alle banken, verzekeraars, pensioenfondsen, beleggingsinstellingen, intermediairs en financieringsondernemingen, één van de beste is in de hele wereld. Dat wil ik toch echt even gezegd hebben. Onze instellingen zijn financieel solide, maar daarnaast zijn de mensen die erin werken ook in zeer grote mate betrouwbaar en integer. Ons betalingsverkeer is buitengewoon efficiënt en goedkoop geregeld. Kortom, we kunnen concurreren op wereldniveau.
Wat is dan die waarheid?
Ik zei al, onze financiële wereld zit goed en solide in elkaar. Voor 80-85% dan toch. Er is ook iets mis, voor zo’n 15% zit deze markt niet goed in elkaar en daar wil ik wat aan doen want ik streef naar perfectie en voor zover ik uw belangenvereniging heb leren kennen, deze ook.
Ik constateer de volgende problemen:
· |
het imago van de financiële wereld is niet goed bij de gewone burger |
· |
misselling, foute producten worden bij onschuldige en onwetende en verkeerde consumenten afgezet |
· |
overkreditering, te makkelijk worden met name lagere kredieten verstrekt aan burgers met onvoldoende draagkracht |
Wat wil ik daar aan doen?
· |
verplichte les op school over budgetteren, de verhoudingen in de financiële wereld en waar men op moet letten bij het aangaan van financiële relaties. |
· |
De overheid moet meer informatie verstrekken en niet alleen 1 website voor jongeren en schulden |
· |
Reclame-uitingen aanpakken zodat niet meer de suggestie gewekt wordt dat iedereen zomaar heel veel geld kan krijgen bij iedere willekeurige instelling |
· |
Provisiestructuur aanpakken: weg met de eenmalige afsluitprovisie op levenprodukten en kostentransparantie via de TER |
· |
Uitbreiding van registratie schulden bij stichting BKR in Tiel met studieschulden, telefonie, huur, energie-achterstanden, WSNP-traject en bewindvoering, onder curatele gestelden |
· |
Ook melden van alle kredieten lager dan € 1000 bij BKR |
· |
Wettelijk verlagen van maximum rentepercentage op consumptief krediet van 20.9 naar minimaal 14.5% |
· |
Versterken minnelijke traject schuldhulpverlening, verplichte budgetbegeleiding en CJIB-boetes en studieschulden mee laten lopen in schuldsaneringtraject. |
Dit even in een notendop mijn oplossingen voor de 3 geschetste problemen die nu nog heersen en die ik wat nader zal uitwerken aan de hand van de wetgeving die al behandeld is en nog behandeld gaat worden. U heeft het geluk dat ik zowel woordvoerder financiële markten ben als woordvoerder schuldenproblematiek. Zelf ben ik daar ook erg blij mee omdat deze 2 onderwerpen veel raakvlakken hebben, mij bovendien erg raken en samenhangen in hun problematiek en oplossingen.
Ik neem met u door de Wet Financiële Dienstverlening, het Besluit Financiële Dienstverlening, ik fris even uw geheugen op over de context waarin u deze 2 wetten moet zien en ik doorloop met u de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.
Natuurlijk zullen administratieve lasten, het toezicht door de AFM en de kosten die daarmee gemoeid zijn tussendoor ook niet onbesproken blijven.
Ik meen zo’n anderhalf jaar geleden stond ik hier voor u aan de vooravond van het debat over de Wet op de Financiële Dienstverlening, de WFD in de volksmond genaamd. De kern van deze wet regelt de “zorgplicht” van de financiële dienstverlener naar de consument toe.
En in die wet vind ik artikel 31 dat stelt dat informatie die verstrekt wordt aan de klant “feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend” mag zijn ook tot de belangrijkste behoren. Dit is ook voor mij het basisprincipe om aan oplossingen te werken zoals ik die net al heb genoemd op het gebied van misselling en overkreditering en dat leidt dan vanzelf tot een beter imago voor de financiële sector is mijn stellige overtuiging.
De WFT
De WFT staat voor Wet op het Financieel Toezicht. In 2002 is het toezichtmodel op de financiële markten gekanteld van sectoraal naar functioneel. Dit houdt in dat niet langer bijvoorbeeld het de sector bankwezen in zijn geheel wordt gecontroleerd door de Nederlandsche Bank maar dat de hele financiële sector (banken, verzekeraars, intermediairs en pensioenfondsen) per functie wordt gecontroleerd. De Pensioen- en Verzekeringskamer en de Nederlandsche Bank zijn inmiddels gefuseerd en heet DNB. De nieuwe gefuseerde DNB oefent het prudentiele toezicht uit en dat betekent dat zij alle instanties beoordelen op hun financiële soliditeit.
De Autoriteit Financiële Markten, waar Doctors van Leeuwen als een waakhond aan het roer staat die veelvuldig blaft en steeds meer wil gaan bijten, oefent het gedragstoezicht uit. Dat wil zeggen het toezicht op de relatie met de consument.
De WFT bestaat uit 4 delen, zeg maar 4 hoofdstukken en de Wet op de Financiële Dienstverlening is een stuk van deel 3. In de Tweede Kamer behandelen we deze wet ook per deel. Een stuk van deel 3 is dus vorig jaar september behandeld, deel 1 is inmiddels in de Tweede Kamer behandeld en voor deel 2 heb ik vandaag de schriftelijke inbreng voor in moeten dienen. Daarnaast worden er in totaal 13 AmvB’s gemaakt bij deze wet, die we ook allemaal bespreken in de Tweede Kamer omdat hier vaak de feitelijk regels en voorschriften in verwerkt zijn die voor u het meeste werk en dito administratieve lasten oplevert.
Snapt u het allemaal nog? Dat is dan knap en dat betekent dat ik het vrij goed kan uitleggen want velen beginnen de draad kwijt te raken. Deze hele wetgeving is van een zodanige omvang dat het te vergelijken is met het Burgerlijk Wetboek. De hele sector kraakt en piept want er komt zoveel op hen af en met name de administratieve lasten en kosten die dit met zich mee brengt, leveren problemen op.
Hierover hebben wij ook steeds indringende vragen gesteld aan de minister en net vorige week heb ik weer een overzicht gekregen. Ik weet niet of u het nog weet maar vorig jaar heb ik u volgens mij ook verteld dat dit kabinet een doelstelling heeft met betrekking tot de reductie van administratieve lasten in heel Nederland. Deze moet in 2007 met 25% verminderd zijn ten opzichte van de peildatum van december 2002.
Welnu, hoewel er 8 bestaande wetten opgaan in de WFT, zorgt de Wet Financiële Dienstverlening voor een stijging van zo’n € 70 mln aan administratieve lasten.
De vereenvoudiging van de financiële bijsluiter levert zo’n € 40 mln op en ook de vereenvoudiging van de Melding Ongebruikelijke Transacties en Wet Identificatie Financiële Dienstverlening, de gegevens van de klant checken, zouden ook zo’n € 20 mln besparen.
Problemen in de samenleving
Voor wat betreft de financiële wereld:
· |
Dexia, incassofraude, credit cardfraude, ahold, world online, enron |
· |
Hypotheekellende / afkopen verzekeringen en afsluiten nieuwe polissen |
Voor wat betreft de samenleving
· |
Toename van mensen in problematische schuldensituatie |
· |
Gemiddeld 11 schuldeisers voor vaak wat lagere bedragen |
· |
Laatste drukt op overheidsbudget want gemeenten verantwoordelijk |
Iedereen mag van mij goed geld verdienen, daar is niks mis mee, integendeel, zelfs heel gezond maar niet over de rug van welke consument dan ook. Daarom is de zorgplicht zo belangrijk, je dient wel een goed product te adviseren dat hoort bij de klant, zijn inkomen en zijn leven of fase van leven waarin hij verkeert. Als dat niet gebeurt is dat een hele slechte zaak en allerlei schandalen zorgen er dan voor dat het imago een flinke deuk krijgt. En ik hoef u niets te vertellen over hoe belangrijk het is dat het vertrouwen van de burgers in de financiële instellingen volledig aanwezig moet zijn.
Die zorgplicht moet als vanzelf nageleefd worden omdat met name ook financiële instellingen een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Ik snap dat door het bestaan van de eenmalige afsluitprovisie je best wel eens hele moeilijke gevoelens kunt hebben want het is kiezen tussen de portemonnee van de klant en die van jezelf en ook een adviseur is niets menselijks vreemd. Vandaar dat ik die tweestrijd wel voor jullie oplos omdat ik goed besef dat de sector hier zelf niet toe in staat is.
Discussie over provisiestructuur
Tijdens de plenaire behandeling van de WFD heb ik namens mijn fractie een amendement ingediend die de bedoeling had de eenmalige afsluitprovisie op levenproducten af te schaffen. Ik heb echter in dat amendement wel de ruimte gegeven aan de sector om zelf met voorstellen te komen en dat uiterlijk in december te doen. Ik wist dat de sector ook doorhad dat ze iets moesten doen en ze waren al in gesprek gegaan met minister Zalm om oplossingen aan te reiken.
In december, net voor het kerstreces kregen we van Zalm een brief die voor mij op dat moment nog wat onduidelijk was. Er zaten 2 voorstellen in:
1) betere balans tussen afsluit- en doorlopende provisie
2) kostentransparantie van advies- en verkoopkosten
Over deze brief hebben we vorige maand een debat gehad in de Tweede Kamer en voordat het zover was had ik natuurlijk alle vertegenwoordigers uit de sector alweer gesproken waarin zij aangaven waar ze het allemaal niet mee eens waren.
Om te beginnen heb ik vorig jaar heel duidelijk aangegeven dat ik niet bepaald kapot ben van die eenmalige afsluitprovisie omdat er een negatieve prikkel van uit gaat. Adviseurs en verkopers zijn eerder geneigd aan hun eigen portemonnee te denken dan aan het juiste product bij de juiste klant af te zetten. Doel sowieso van deze hele wetgeving is om misselling en overkreditering te voorkomen.
In het voorstel van Zalm zat niet het verbod op de eenmalige afsluitprovisie. Daar baalde ik van maar inmiddels is mij wel duidelijk dat er iets grondig gaat veranderen. Omdat de diverse belangenbehartigers wel merkten dat ze bij mij geen poot aan de grond kregen en ik nog niet helemaal content was met het voorstel dat er lag, zijn ze tot de dag voor de behandeling door blijven gaan met overleggen. De dag voor het debat kwam er een gezamenlijk advies uit dat het volgende inhoudt:
· |
Goede balans tussen afsluit- en doorlopende provisie. Er wordt nu verder een voorstel uitgewerkt dat 50% van de provisie aan het begin gegeven mag worden en de overige 50% gedurende de looptijd van het product. Is niet voldoende, ik wil 30-70!! |
· |
Geen volledige transparantie van advies en verkoopkosten in de fin. bijsluiter: dat is een hele administratieve rompslomp waar ook geen consument wat mee kan. Nee, de TER, total expense ratio, wordt in de fin. bijsluiter bekend gemaakt. Daarmee geef je aan welk gedeelte van je inleg gaat renderen en welk gedeelte de adviseur/aanbieder nodig heeft aan kosten. |
· |
Er komt geen transparantie van de provisie. Ik ben tegen het bekend maken van de provisie die het intermediair krijgt van de aanbieder. Daar is veel discussie over geweest. Maar dit voegt niets toe naar mijn mening en het creëert een ongelijk speelveld met de banken en direct writers. |
· |
En alle partijen hebben aangegeven als eerste nu werk te maken met die inkomensverzekeringen. Die moeten niet zo veel verkocht worden. De eenmalige afsluitprovisie op deze producten is schandalig hoog en het zijn dan ook nog eens behoorlijk onzinnige producten waar de consument nauwelijks iets aan heeft. Als dit niet heel snel gebeurt, dan kom ik hiervoor met een initiatief wetsvoorstel!!
Ik was in dat overleg uiteindelijk content met de uitkomsten en met name ook omdat dit in wetgeving vastgelegd gaat worden. Voor de zomer komt een voorstel naar de Kamer en dan is dit wettelijk geregeld. U heeft vast goed gehoord hoe ik het wil hebben. Ik ben er ook echt van overtuigd dat dit het beste is. |
Besluit Financiële Dienstverlening
Dan nu het besluit financiële dienstverlening. Ik had gedacht dat we hier wel alles in zouden gaan regelen met betrekking tot de deskundigheid, opleidingseisen, vergunningeisen, informatievoorziening en de financiële bijsluiter. Op een aantal punten is gekozen voor de zogenaamde “vormvrijheid”. Dat betekent dat er geen duidelijke criteria zijn omschreven aan bijvoorbeeld de kredietverstrekking. Er staat slechts vermeld dat bij kredieten boven de €1000,00 men de financiële positie van de klant moet kennen en een toets moet doen bij een instantie die schulden registreert. Er staat niet bij wat je dan precies moet nagaan, dat mag je zelf bepalen en uitleggen aan de AFM.
Zo staan er een aantal zaken vermeld die in de financiële bijsluiter moeten (beduidend minder dan voorheen) maar ook staat er vermeld dat de AFM nadere regels kan opstellen met criteria die ook in de fin. bijsluiter moeten.
In de fin. bijsluiter en in reclame-uitingen moet een risico-indicator opgenomen worden. Maar de AFM moet nog nader uitwerken hoe deze risico-indicator er uit moet komen te zien. Ik heb er geen problemen mee dat er gekozen wordt voor vormvrijheid want dat geeft de sector mbt de administratieve lasten wat ruimte maar daar hoort dan wel bij een toezichthouder bij die geen nadere regels opstelt en ruimhartig controleert dat wil in mijn optiek zeggen “controleren op risico’s”.
· |
open normen wel, AFM geen nadere regels opstellen |
· |
hier aangekondigd dat maximum rentepercentage verlaagd moet worden |
· |
hier gezegd dat ik vind dat alle kredieten, ook onder de € 1000 geregistreerd moeten worden |
Wel helder vermeld is bijvoorbeeld:
· |
Dat je je adviestraject goed moeten kunnen reconstrueren en de bescheiden 1 jaar moet bewaren |
· |
Het opzetten van een klachtenregeling gaat met name voor intermediairs veel tijd en geld kosten. |
· |
Er komt een openbaar register dat door iedereen te raadplegen is, waar naast het feit wie je bent ook in staat voor welke producten je een vergunning hebt. |
· |
De financiële bijsluiter hoef je niet verplicht op papier mee te geven, als ie op internet beschikbaar is, is dat voldoende. |
· |
Welke informatie je allemaal moet geven bij bepaalde producten. |
Kortom, hier is nog de nodige onduidelijkheid. De Tweede Kamer krijgt net voor of net na de zomer het definitieve besluit met een advies van de Raad van State. Dan bespreken we het nog een keer met de minister en Zalm heeft toegezegd dat hij al onze opmerkingen en moties zal wegen als amendementen. Ik heb heel helder mee gegeven dat de Autoriteit geen aanvullende regels mag maken en slechts risicogeoriënteerde mag gaan controleren.
WSNP
Een gewijzigd wetsvoorstel is door minister Donner ingediend bij de Tweede Kamer. De schriftelijke inbreng is inmiddels ingediend (u kunt mijn bijdrage namens het CDA nalezen op mijn website “onder artikelen/inbrengen”) en wij wachten nu op de “nota naar aanleiding van het verslag” zoals dat in Haags jargon heet. Dat zijn de antwoorden op alle vragen die gesteld zijn. Daarna vindt het plenaire debat daarover plaats.
Doel van deze wetswijziging is primair dat er minder mensen deelnemen aan het wettelijke traject van schuldsanering. Ik vermoed een bezuinigingsoperatie bij Justitie die de rechters voor andere taken wil inzetten.
Prima, niks mis mee, maar de mensen die in een problematische schuldensituatie verkeren moeten wel geholpen worden. We kunnen hen niet in de kou laten staan (daar klopt mijn sociale hart te hard voor!!!).
Ik geloof ook meer in het minnelijke traject dat nu nog te vaak mislukt omdat wanneer 1 schuldeiser dwars ligt het hele traject meteen staakt.
Ik kijk naar deze wetswijziging met een zakelijk en heel nadrukkelijk sociaal oog!!
Enkele punten van aandacht van mijn kant bij deze wetswijziging:
· |
versterking minnelijke traject goed door gedwongen schuldakkoord |
· |
mogelijkheid tot moratorium in minnelijke traject voor volkskredietbank |
· |
in redelijkheid moeten kunnen aantonen dat je te goeder trouw bent en klaar voor het traject |
· |
verplichte in traject psycho-sociale begeleiding, budgetbegeleiding, integrale schuldhulpverlening dus |
· |
kredietbanken kredieten laten verstrekken tot 150% WML |
· |
er moet meer geld naar de gemeenten voor minnelijke traject |
· |
CJIB-boetes, overige boetes op overtredingen en studieschulden meenemen in minnelijke traject (moeten altijd betaald worden) |
Schulden voorkomen is natuurlijk de eerste pijler waar op ingezet moet worden. Als voorkomen wordt dat mensen in een problematische schuldensituatie verzeild raken, dan wordt de druk op de schuldhulpverlening vanzelf minder. Juist in de preventieve sfeer dus:
· |
registratie alle kredieten, ook beneden de € 1000 |
· |
wettelijk verlagen maximum rentepercentage |
· |
meer voorlichting en ook verplicht lespakket op scholen |
ik reken op constructieve houding en maatschappelijke verantwoordelijkheid van financiële dienstverleners
Tot slot
De eigen verantwoordelijkheid van de burger moet voorop blijven staan. Daar hecht het CDA enorm aan, willen we ook niet verkleinen, integendeel zelfs en dat wordt ook als zodanig vastgelegd in alle wetgeving, zowel in de WFT als in de WSNP.
Maar de burger moet wel zijn verantwoordelijkheid goed kunnen nemen op basis van informatie en advies dat “feitelijk juist, niet misleidend en begrijpelijk voor de consument is”.
De uiteindelijke handtekening zet de klant zelf op basis van een integer, deskundig en betrouwbaar advies. Zo hoort het te zijn.
Bijlage: beknopte uitleg WFT
De WFT bestaat uit 4 delen:
* Deel 1 van de WFT is het algemene deel, begrippenkader, definities en spreekt over de scheiding in toezicht van DNB en AFM.
* Deel 2 van de WFT gaat over het prudentiele toezicht. Prudentieel wil zeggen het toezicht op de financiele soliditeit van een bank, verzekeraar of pensioenfonds. Kortom, de solvabiliteit en liquiditeit. Dit prudentiele toezicht wordt uitgeoefend door De Nederlandsche Bank, die vorig jaar gefuseerd is met de pensioen- en verzekeringskamer.
* Deel 3 van de WFT gaat over het gedragstoezicht. Gedragstoezicht behelst de relatie tussen consument/burger en zijn bank, verzekeraar, intermediair of pensioenfonds. Bij de nieuwe pensioen- en spaarfondsenwet worden pensioenfondsen ook aan gedragstoezicht onderworpen. Dit gedragstoezicht wordt uitgeoefend door de AFM. De WFD is een onderdeel van deel 3.
* Deel 4 van de WFT gaat over het toezicht op de infrastructuur. Dat betekent het toezicht op de betaalsystemen en afwikkelingssystemen zoals bij Interpay. Het is nog niet helemaal duidelijk wie dit toezicht gaat doen. De Nederlandsche Bank heeft aangegeven dit toezicht te willen uitoefenen, het ligt in het verlengde van de huidige taken.
De minister had voorgesteld om deel 4 pas volgend jaar te maken en te behandelen. En over de delen 1, 2 en 3 in zijn geheel te stemmen. Deel 4 is echter ook zeer belangrijk zeker gezien de grote stijging van internetbetalingen en de toename van frauduleus handelen hierin.
Deze wijziging in het toezicht betekent dat er nu “functioneel toezicht wordt uitgeoefend”. Toezicht naar functies (soliditeit, gedrag, infrastructuur) en niet langer “sectoraal”, toezicht naar sector. Tot voor enkele jaren oefende DNB het complete toezicht uit op de sector bankwezen. En tot voor enkele jaren oefende de Pensioen en Verzekeringskamer het complete toezicht uit op de sector pensioenfondsen. En tot voor enkele jaren oefende de voorganger van de AFM, de Stichting Toezicht Effectenverkeer, het complete toezicht uit op de effectenhandel. Met name het gedragstoezicht is sterk toegenomen (inmiddels een organisatie met 450 medewerkers) maar juist ook door de wetgeving die in Den Haag is aangenomen. Inzet van de CDA-fractie is steeds geweest om door de AFM slechts risk-based toezicht uit te oefenen. En niet rule-based. Dus niet alles wat onder je valt controleren, maar slechts op basis van risico’s gericht toezicht uitoefenen en controleren om de administratieve lasten zoveel als mogelijk te beperken.
De nieuwe Stichting Financiële Dienstverlening (voortgekomen uit het platform, het overlegorgaan waar alle onder toezicht gestelden in participeren en geconsulteerd worden over de wetgeving) zal een belangrijke rol spelen in het aangeven van de risico’s en op basis daarvan de AFM laten controleren.
Er gaan in totaal 8 wetten op in deze ene grote WFT. Dat zijn bijvoorbeeld de Wet op het Consumentenkrediet, de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen, de Wet Toezicht Natura-uitvaartverzekeringen en zo nog 5 andere.