Dames en heren, “Anticiperen op participeren”
Om te beginnen mijn complimenten aan het ROC voor het organiseren van dit symposium over een thema dat volop in de picture staat en aan beleving en opvatting aan het veranderen is. Maar daar ga ik straks verder op in.
Dat ook onderwijsinstituten en dus in het bijzonder ons eigen ROC hier in Twente, inzien en laten zien welke rol zij hebben binnen arbeidsmarktbeleid vind ik buitengewoon sterk en toont ook aan hoezeer jullie een partner willen zijn om een bijdrage te leveren aan het arbeidsmarktvraagstuk.
1). Ik vind het bijzonder prettig dat ik u vandaag kan toespreken niet alleen in mijn hoedanigheid van Wethouder Werk en Inkomen van de gemeente Enschede, maar ook als voorzitter van het Platform Onderwijs, werk en Inkomen, een platform waarin onderwijs, werkgevers en gemeenten met elkaar samenwerken met de bedoeling tot een goed functionerende arbeidsmarkt te komen. En dit platform POWI heeft zijn meerwaarde inmiddels bewezen: de arbeidsmarkt houdt immers niet op bij de gemeentegrenzen. Tijdens het bezoek van de voormalige staatsecretaris van Sociale Zaken, Ahmed Aboutaleb, bleek de Haagse belangstelling voor dit Twentse overleg groot. Op plaatselijk en regionaal niveau hebben we inmiddels een stevige basis gelegd voor het overleg tussen en met vertegenwoordigers van ondernemers, onderwijs en overheid. Ik ben blij dat we jaren geleden met deze regionale benadering zijn begonnen en daar vorig jaar ondernemers en het onderwijs sterker bij hebben betrokken. In het POWI komen de drie O’s bij elkaar. De samenwerking tussen Onderwijs, Ondernemers en Overheid komen het bedrijfsleven en de arbeidsmarkt ten goede. Het ministerie van Sociale Zake is zich ook bewust van dit belang. Het rijk heeft ondersteuning geboden zodat we de regionale knelpunten beter aan kunnen pakken en richt zich daarbij vooral op het beter verbinden van bestuur, beleid en uitvoering van het regionaal arbeidsmarktbeleid. Den Haag heeft een hoge pet op van Twente. In Haagse kringen bestaat er veel waardering voor de mate waarin wij in onze regio samenwerken. Dat moeten wij koesteren en vooral vasthouden want het verplicht natuurlijk ook tot verdere resultaten als de Haagse ogen zo op je gericht zijn.
2). Laat ik even beginnen met het participatiebeleid in Enschede waar ik primair voor verantwoordelijk ben. Sinds de invoering van de Wet Werk en Bijstand staat niet langer het recht op een uitkering, maar het recht op werk voorop. Via alle mogelijke soorten re-integratieprogramma’s al dan niet gecombineerd met scholing en opleiding vinden velen een reguliere baan op de arbeidsmarkt. Maar alle inspanningen ten spijt: er zal een groep mensen blijven voor wie die betaalde baan niet is weggelegd. Dat heeft dan in de regel een legitieme achtergrond. Maar ook zij kunnen naar mijn bescheiden mening ook hun bijdrage leveren aan onze Enschedese samenleving. Niemand verdient namelijk het isolement waar je onherroepelijk in belandt zodra je niet met andere mensen omgaat en iets nuttigs doet. Of zoals ik het altijd zeg iedereen heeft een reden nodig om ’s morgens zijn bed uit te komen. Deze sociale armoede bestrijden is minstens zo belangrijk dan slechts financiele armoede zien te verhelpen. Dit hebben wij vastgelegd in onze zogenaamde participatievisie. “Iedereen doet mee, iedereen zal naar eigen vermogen en kunnen een bijdrage leveren aan onze Enschedese samenleving. Iedereen kan iets terugdoen voor het salaris van de staat die hij of zij maandelijks krijgt. Het helpt voor deze mensen enorm om bepaalde werkervaring op te doen: werkervaringsplaatsen, stages of een participatieplaats zijn daartoe heel geschikt. Het is “werken” met behoud van uitkering ja, het is echter vooral ervaring opdoen met behoud van uitkering. Met een bonusssysteem en goede begeleiding, scholing en vergoeding beroepskosten worden positieve prikkels ingebouwd. Zo worden de bakens in niemandsland gezet. Intussen moeten we niet vergeten om de sociale problematiek waar mensen mee te kampen hebben te verminderen. Vorig jaar hebben we 300 mensen in Enschede op ene participatieplaats kunnen zetten met buitengewoon positieve resultaten. Hier gaan we dit jaar dan ook volop mee verder!
3). Zoals u merkt ben ik naast voorstander van de geografische integratie ook een vurig pleitbezorger van een meer beleidsmatige integratie. Ter illustratie, hierbij een voorbeeld uit Enschede, kort genoemd het Enschedese Model zoals we dat hebben uitgewerkt voor de inburgeraars in onze gemeente. In Enschede verbinden we verschillende regelingen zodanig dat de mensen waarvoor ze zijn bedoeld er optimaal van profiteren. Het klinkt nuchter, maar het is gewoon slim: de mensen profiteren er meer van en daardoor neemt het maatschappelijk rendement van het geïnvesteerde belastinggeld toe.
Enschede kent een totaalaanpak. Een compleet pakket waarin niet alleen het leren van de Nederlandse taal aan bod komt maar ook educatie, scholing en werk en daarnaast het maatschappelijke leven in Enschede leren kennen. We hebben oog voor de eigen situatie van de inburgeraar in zijn gezin of de buurt waarin hij woont. Dat spreekt mij als wethouder Werk en Inkomen zeer aan. Maar met taal alleen ben je er niet. Werk bindt ons allemaal op een meer duurzame manier. Taallessen zonder maatschappelijke bezigheden beklijven niet. We doen het één en het ander.
Een ander aspect van deze totaalaanpak: Om te voorkomen dat de leerweg van jonge moeders wordt onderbroken investeren we in kinderopvang. Dit heeft het grote voordeel dat de kinderen snel in aanraking komen met de Nederlandse taal, waardoor de kans dat ze met een taalachterstand op de basisschool komen kleiner wordt. Kinderopvang wordt elders in het land nogal eens als een probleem gezien, maar wij lossen het op door meer kindplaatsen in te kopen. Dit levert meer continuïteit op voor moeder en kind. En als er niet voldoende kinderleidsters zijn dan leiden we daar vrouwen uit de bijstand voor op zodat er meteen ook meer werkgelegenheid wordt gecreërd.
Het Enschedese model: we investeren in mensen, we redeneren niet vanuit de regels en regelingen, maar vanuit de mogelijkheden en kansen van inburgeraars. Op een zodanige manier dat hun zelfredzaamheid wordt gestimuleerd. We geven geen vis, maar een hengel en een cursus om deze hengel te leren gebruiken.
Nog een ander aspect van het model: door meerdere stages op meerdere plaatsen te volgen maken inburgeraars niet alleen kennis met de Enschedese samenleving, maar ontdekken ze ook hun eigen competenties die van belang zijn voor de arbeidsmarkt. Ook hierin hoort u een kenmerk van het Enschedese model: op een pragmatische manier verbindingen maken tussen mensen en mogelijkheden. Dit gecombineerde programma werkt goed in de praktijk. Het programma helpt de inburgeraar daadwerkelijk om financieel zelfstandig te worden. Tussen inburgering en participatie plaatsen wij geen schotjes.
4). Dan kom ik nu op het participatiebudget. Een nieuw fonds dat per 1-1-2009 is ingegaan maar waar de grote steden pas mee aan de slag kunnen per 1 januari 2010 omdat het convenant grote stedenbeleid pas eind dit jaar afloopt. Niet dat het zoveel uitmaakt. Op dit moment verbinden we ook al diverse geldstromen met elkaar. In het voorbeeld over de inburgeraars combineren wij in Enschede al geld uit het Werkdeel met Inburgeringsgelden. De doelstelling van deze wet en dit nieuwe budget is dat we beter in staat zijn om de mensen met een kwetsbare positie te ondersteunen. Schotten weghalen en mensen gelijk behandelen. In dit budget worden de gelden van de Wet Werk en Bijstand, de gelden van de Wet Inburgering en de educatiegelden gecombineerd. De oorspronkelijke bedoeling is heel goed, de filosofie erachter ook. De uiteindelijke uitwerking in het aangenomen wetsvoorstel een compromis wat niet zo heel veel toevoegt aan de mogelijkheden die er nu al zijn. Wat mij betreft heeft deze wet dan ook op dit moment veel meer een symbolische funtie. Symbolisch in de zin dat het kan bijdragen aan de veranderende kijk op participatie en de mensen waar het om gaat.
Er ligt inmiddels ook een rapport van de commissie de Vries inzake een fundamentele herbezinning op de WSW. Ook uit dit rapport kun je halen dat er een nieuwe kijk nodig is op al die mensen in onze samenleving die een grote of moeilijkere afstand tot de arbeidsmarkt hebben.
Op dit moment hebben we WWB-er, SW-ers, Wajongers, WIA-ers, nog een paar WAO-ers. Groepen mensen met een verschillende sticker en vanuit een verschillende subsidiestroom betaald maar eigenlijk een groep mensen die allemaal dezelfde kenmerken heeft. Door de verschillende stickers en verschillende subsidiestromen wordt men door verschillende mensen begeleid en moeten de trajecten op verschillende wijzen worden verantwoord.
Ik vind dat niet meer van deze tijd.
In de aanstaande participatiewet kan de zogenoemde onderkant van de arbeidsmarkt als een geheel worden benaderd. Zoals ik heb geïllustreerd gaat het vaak om mensen met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Dit vraagt de ontwikkeling of misschien vooral bundeling en integratie van expertise op dit terrein. Deze gebundelde inzet komt de mensen waarom het gaat ten goede. Door de volledige ontschotting van alle subsidiestromen kunnen we dit belastinggeld effectiever inzetten. De kleinere rivieren van subsidie vormen straks tezamen een hoofdstroom en zo’n bredere rivier vormt meer kracht en snelheid. Maar een brede rivier moet ook goed worden ingebed om te voorkomen dat ze buiten haar oevers treedt. Er moet derhalve in mijn ogen een stevige organisatie komen waarin de wet Werk en Bijstand, de Sociale Werkvoorziening, en afdelingen Taal en Inburgering worden opgenomen. Wellicht naar de toekomst toe zelfs ook de WMO aangezien deze wet bij uitstek ook een participatiewet is.
Ik kan mij voorstellen dat we toegroeien naar een situatie dat er in het volgende kabinet of bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen al een wethouder Participatie komt. Ook hier kunnen we als lokale overheid het voortouw in nemen gezien de verantwoordelijkheid die we als lokale overheid voor onze burgers hebben en de ontwikkelingen die gaande zijn.
5). We praten over de toekomst. Nabije toekomst overigens, dit jaar in het bijzonder want het is het jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen en de huidige economische situatie noopt ons tot onverkort slagvaardig handelen op het gebied van de arbeidsmarkt. Ondanks sombere berichten over de gevolgen van de kredietcrisis en massaontslagen, blijf ik wijzen op de ontgroening, de vergrijzing en de vervangingsvraag die hieruit voortkomt. We zullen ons extra in moeten spannen om het toekomstig arbeidspotentieel een kans te geven. Naast een verantwoordelijkheid voor de overheid ligt hier eveneens een taak en een belang voor de twee andere O’s, de ondernemers en het onderwijs. Ik sluit niet af zonder deze partners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. Ik roep werkgevers op om participatieplaatsen beschikbaar te stellen en te blijven stellen. Geen eindstation, maar vooral een springplank naar de toekomst voor mensen die nu een kloof tussen hun huidige situatie en de arbeidsmarkt moeten overbruggen. En tegelijkertijd is het onderwijs tweeledig van grote betekenis. Enerzijds moet het vakonderwijs zich in mijn ogen vooral richten op arbeidsmarktrelevante opleidingen. Anderzijds kan ik me voorstellen dat er voor het onderwijs een uitdaging ligt in de ontwikkeling van eigentijdse methoden om mensen met een kwetsbare positie te stimuleren en te begeleiden. Instellingen voor MBO en HBO onderwijs kunnen en moeten ook de begeleiders opleiden die op deze uitdagende taak zijn voorbereid.
Dank u wel voor uw aandacht.